Begrippenlijst magneten met uitleg van houdkracht, luchtspleet en magnetische termen – MagneetjesWinkel.nl

Begrippenlijst magneten

Magneten lijken eenvoudig, maar in de praktijk kom je al snel termen tegen zoals houdkracht, luchtspleet, remanentie, rubbercoating of non-ferro metalen. Op deze pagina leggen we belangrijke begrippen rond magneten kort en duidelijk uit. Waar dat nuttig is, verwijzen we direct naar een verdiepende uitleg in de Kennisbank of naar een pagina die helpt bij het kiezen van de juiste magneet.

Meest gezochte begrippen

Houdkracht – de meetwaarde in een ideale testsituatie, bedoeld als vergelijkingspunt.
Schuifkracht – de weerstand tegen wegglijden langs een oppervlak.
Rubbergecoate magneet – een magneet met beschermende rubberlaag en hoge schuifweerstand.
Non-ferro metalen – materialen zoals aluminium en koper waar magneten niet aan hechten.
Luchtspleet – een kleine afstand tussen magneet en staal die de houdkracht merkbaar vermindert.
Tesla en gauss – eenheden voor veldsterkte, geen maat voor wat een magneet draagt.

Zoek op letter

A · B · C · D · E · F · G · H · I · L · M · N · O · P · R · S · T · V · W · Z

Snel naar

Magnetisme & werking  ·  Grondstoffen & ondergronden  ·  Technische specificaties  ·  Gebruik in de praktijk  ·  Productvormen & bevestiging  ·  A–Z overzicht

Magnetisme & werking

Deze begrippen helpen je begrijpen wat een magneet doet en waarom kracht in de praktijk kan afwijken van een testwaarde. Zoek je vooral houvast voor een project of toepassing, begin dan bij houdkracht, schuifkracht en luchtspleet. Meer basisuitleg vind je ook op hoe sterk moet een magneet zijn en wat heeft invloed op de sterkte van mijn magneet.

Houdkracht
Houdkracht, vaak uitgedrukt in kilo’s, is een meetwaarde uit een ideale testsituatie: een magneet trekt recht los van dik, vlak staal, zonder tussenlaag. In de praktijk spelen ondergrond, afstand, contactoppervlak en belastingrichting mee, waardoor de haalbare belasting vaak lager uitvalt. Verdieping: houdkracht van magneten en hoe sterk moet een magneet zijn.
Trekkracht
Trekkracht is de kracht waarmee een magneet recht van het staal af getrokken moet worden om los te komen. Dit is de richting waarin houdkracht meestal wordt gemeten. In toepassingen waarbij iets kan schuiven, bijvoorbeeld op een verticale stalen plaat, zegt trekkracht alleen niet genoeg. Dan is ook schuifkracht of schuifbelasting belangrijk. Verdieping: trekkracht van een magneet bepalen.
Schuifkracht
Schuifkracht is de weerstand tegen wegglijden langs een oppervlak, bijvoorbeeld bij een magneet op een verticale stalen plaat. In de praktijk bepaalt schuifkracht vaak of iets blijft hangen of langzaam zakt. Verdieping: schuifkracht bij magneten.
Schuifbelasting
Schuifbelasting is de belasting waarbij een voorwerp de magneet langs het oppervlak naar beneden of opzij probeert te trekken. Dit speelt vooral bij verticale montage, trillingen, windbelasting of toepassingen waarbij gewicht niet recht aan de magneet hangt. Rubbercoating kan de schuifweerstand verbeteren, maar de werkelijke belasting blijft afhankelijk van ondergrond, gewicht, contactoppervlak en beweging.
Hefboomwerking
Hefboomwerking treedt op wanneer een magneet niet recht wordt belast, maar aan een uitstekend voorwerp of aan een rand. Een kleine kracht op afstand van de magneet kan dan al genoeg zijn om hem te laten kantelen en losbreken. Dit verklaart waarom een magneet die op papier ruim sterk genoeg is, in de praktijk toch loslaat. Verdieping: hefboomwerking bij magneten.
Polen (noordpool en zuidpool)
Elke magneet heeft een noordpool en een zuidpool. Gelijke polen stoten elkaar af, ongelijke polen trekken elkaar aan. Een magneet doormidden breken levert geen losse noordpool op: je krijgt twee kleinere magneten met beide polen. Verdieping: de noordpool van een magneet en polen van een magneet herkennen.
Aantrekken en afstoten
Aantrekken en afstoten is het meest zichtbare gedrag van magneten: tegengestelde polen zoeken elkaar op, gelijke polen duwen elkaar weg. Op ferromagnetisch materiaal zoals staal is er alleen aantrekking, geen afstoting. Verdieping: magneten aantrekken en afstoten.
Magnetisch veld
Het magnetisch veld is het invloedsgebied rond een magneet. Dat veld bepaalt waar de magneet kracht kan uitoefenen en hoe snel die kracht afneemt met afstand. Veldlijnen zijn een handige manier om dat veld zichtbaar te maken.
Magnetische veldlijnen
Veldlijnen zijn een visualisatie van het magnetisch veld rond een magneet. Ze helpen verklaren waarom vorm, dikte en magnetiseringsrichting invloed hebben op gedrag en kracht. Verdieping: magnetische veldlijnen en veldlijnen en magneetvorm.
Magnetiseringsrichting
De magnetiseringsrichting bepaalt waar de noord- en zuidpool zitten en hoe het veld uit de magneet komt. Dit is relevant bij ringen, blokken en andere vormen waarbij richting en toepassing verschil maken. Verdieping: magnetiseringsrichting en magnetiseringsrichting per magneetvorm.
Axiale magnetisering
Bij axiale magnetisering liggen de noord- en zuidpool aan de twee vlakke zijden van de magneet. Dit komt veel voor bij schijfmagneten, ringmagneten en blokmagneten. Voor veel standaardtoepassingen is dit de meest gebruikte magnetiseringsrichting.
Diametrale magnetisering
Bij diametrale magnetisering liggen de noord- en zuidpool aan tegenoverliggende zijkanten van de magneet. Dit komt minder vaak voor dan axiale magnetisering, maar kan belangrijk zijn bij technische toepassingen of speciale constructies.
Magnetische kring
Een magnetische kring is de route waarlangs het magnetisch veld door magneet, staal en eventuele tegenplaat loopt. Hoe beter die kring sluit, hoe efficiënter de magneet zijn kracht kan opbouwen. Dit begrip helpt verklaren waarom potmagneten en stalen tegenplaten in bepaalde situaties meer praktische houdkracht geven.
Elektromagneet
Een elektromagneet wekt een magnetisch veld op zolang er stroom door een spoel loopt. Zet je de stroom uit, dan verdwijnt het veld vrijwel volledig. Dat is het wezenlijke verschil met een permanente magneet, die zijn veld zonder energietoevoer vasthoudt. Verdieping: een elektromagneet maken.
Permanente magneet
Een permanente magneet houdt zijn magnetisatie vast zonder stroom of externe energie. Neodymium, ferriet en AlNiCo zijn permanente magneten. Onder normale omstandigheden verliest zo’n magneet nauwelijks kracht; verlies ontstaat vooral door hitte, sterke tegenvelden of mechanische schade.
Magnetiseren en hermagnetiseren
Magnetiseren is het in één richting uitlijnen van het magnetisch materiaal, meestal met een korte, zeer sterke veldpuls in een speciale installatie. Dat gebeurt als laatste stap in de productie. Hermagnetiseren van een verzwakte magneet vraagt diezelfde apparatuur en is thuis niet uitvoerbaar. Verdieping: magnetiseren van magneten en een magneet hermagnetiseren.
Demagnetiseren
Demagnetiseren betekent dat een magneet zijn magnetisatie geheel of gedeeltelijk verliest. Dat kan tijdelijk of blijvend zijn, afhankelijk van materiaal, temperatuur en omstandigheden. Verdieping: demagnetisering door hitte.
Veroudering
Veroudering is het zeer geleidelijke krachtverlies dat een permanente magneet in de loop van jaren kan vertonen. Bij normaal gebruik is dat verlies klein en meestal niet merkbaar. Merkbaar krachtverlies heeft in de praktijk bijna altijd een andere oorzaak: hitte, corrosie, een luchtspleet of beschadiging. Verdieping: veroudering van magneten.
Restmagnetisme
Restmagnetisme is magnetisatie die achterblijft nadat een extern magnetisch veld is weggehaald. Het begrip komt vaak terug bij materiaalgedrag en hysterese. Verdieping: magnetische hysterese en remanentie.
Hysterese
Hysterese beschrijft hoe een magnetisch materiaal reageert op een veranderend magnetisch veld en hoeveel magnetisatie achterblijft nadat dat veld is verwijderd. Het begrip helpt verklaren waarom magnetisch gedrag niet altijd direct terugkeert naar de beginsituatie. Verdieping: magnetische hysterese en remanentie.
Magnetische verzadiging
Magnetische verzadiging is het punt waarop een materiaal, zoals staal, niet veel extra magnetische flux meer kan opnemen. In de praktijk verklaart dit waarom extra magneetsterkte soms minder effect geeft dan je verwacht. Verdieping: magnetische verzadiging van staal.
Weiss-domeinen
Weiss-domeinen zijn microscopisch kleine gebiedjes in een magnetisch materiaal waarbinnen alle atomaire magneetjes dezelfde kant op staan. In ongemagnetiseerd materiaal wijzen die gebiedjes alle kanten op en heffen ze elkaar op. Bij magnetiseren worden ze in één richting uitgelijnd; dat is wat een blokje metaal tot magneet maakt. Verdieping: wat maakt een magneet magnetisch en waarom magneten alleen in vaste vorm bestaan.
Aardmagnetisch veld
De aarde gedraagt zich als een zeer grote, zeer zwakke magneet. Het veld is sterk genoeg om een kompasnaald te richten, maar verwaarloosbaar klein vergeleken met het veld vlak bij een neodymium magneet. Verdieping: de aarde als magneet.
Magnetisch afschermen
Magnetisch afschermen is het omleiden van een magnetisch veld met een laag ferromagnetisch materiaal, meestal staal. Het veld verdwijnt niet, maar loopt liever door het staal dan door de ruimte erachter. Kunststof, aluminium en koper schermen niet af. Verdieping: magnetisch afschermen.

Grondstoffen & ondergronden

Dit deel gaat over het type magneetmateriaal, zoals neodymium, ferriet of AlNiCo, en over de ondergrond waarop je de magneet wilt gebruiken. Veel teleurstelling ontstaat niet door de magneet zelf, maar doordat de ondergrond niet ferromagnetisch is of doordat er een tussenlaag aanwezig is. Meer achtergrond: grondstoffen van magneten.

AlNiCo
AlNiCo is een legering op basis van aluminium, nikkel en kobalt. Dit type magneet wordt vooral gekozen voor specifieke eigenschappen en bepaalde technische toepassingen, waaronder gebruik bij hoge temperaturen. Verdieping: AlNiCo magneten.
Neodymium
Neodymium magneten, ook wel NdFeB genoemd, staan bekend om hun hoge houdkracht bij een compact formaat. Ze worden veel gebruikt wanneer je maximale kracht in beperkte ruimte nodig hebt. Verdieping vind je in het cluster rond neodymium en in het handboek neodymium.
Zeldzame aardmetalen
Zeldzame aardmetalen zijn de groep elementen waar neodymium toe behoort. Ze zijn niet zeldzaam in de zin van schaars in de aardkorst, maar wel lastig en kostbaar om te winnen en te scheiden. Dit verklaart een groot deel van de prijsvorming en leveringsonzekerheid bij neodymium magneten. Verdieping: zeldzame aardmetalen in magneten.
Ferriet
Ferriet magneten zijn keramisch van samenstelling. Ze zijn doorgaans minder sterk dan neodymium, maar worden vaak gekozen voor robuustheid, prijsvoordeel, corrosiebestendigheid en bepaalde gebruiksomstandigheden. Verdieping: handboek ferriet.
Isotroop
Isotroop betekent dat het magneetmateriaal geen uitgesproken voorkeursrichting heeft voor magnetisatie. Isotrope magneten zijn meestal eenvoudiger te produceren, maar hebben vaak een lagere magnetische prestatie dan anisotrope magneten. Verdieping: isotrope en anisotrope magneetband.
Anisotroop
Anisotroop betekent dat het magneetmateriaal tijdens productie een voorkeursrichting krijgt. Daardoor kan het materiaal in die richting sterker worden gemagnetiseerd. Dit begrip kom je vooral tegen bij ferriet, flexibele magneten en technische productspecificaties. Verdieping: isotrope en anisotrope magneetband.
Ferromagnetisch materiaal
Ferromagnetische materialen, zoals veel staalsoorten en puur ijzer, worden sterk aangetrokken door magneten. Dit is de belangrijkste voorwaarde om praktische houdkracht op te bouwen. Verdieping: ferromagnetische metalen.
Non-ferro metalen
Non-ferro metalen zijn metalen zonder ijzer, zoals aluminium, koper en messing. Magneten hechten hier vrijwel niet aan, omdat deze materialen niet ferromagnetisch zijn. In de praktijk betekent dit dat de houdkracht op non-ferro ondergronden in de buurt van nul ligt, ook al is de magneet zelf sterk. Verdieping: welke metalen zijn niet magnetisch.
RVS en magnetisme
RVS, roestvast staal, is niet één materiaal. Sommige RVS-soorten zijn nauwelijks magnetisch, terwijl andere wel reageren op magneten. Daardoor kan de vraag of een magneet op RVS werkt per situatie en per staalsoort verschillen. Verdieping: magneten op RVS.
Coating
Een coating is een beschermlaag op een magneet, bijvoorbeeld nikkel (NiCuNi), epoxy of rubber. Coatings beschermen tegen slijtage en corrosie, maar voegen ook een kleine afstand toe tussen magneet en staal. Verdieping: coatings bij magneten.
Nikkelallergie
De meeste neodymium magneten hebben een vernikkelde buitenlaag. Bij langdurig huidcontact kan dat klachten geven bij mensen met een nikkelallergie, bijvoorbeeld bij sieraden of magneten in kleding. Voor toepassingen op de huid is een epoxy- of rubbergecoate magneet dan een betere keuze. Verdieping: magneten en nikkelallergie.
Rubbercoating
Rubbercoating is een beschermende rubberlaag rond een magneet. De laag helpt de ondergrond te beschermen tegen krassen en geeft vaak meer grip bij schuifbelasting. Een rubbercoating maakt een magneet niet flexibel; meestal gaat het om een stevige neodymium magneet met een rubberen beschermlaag.
Corrosie
Corrosie is aantasting van metaal door bijvoorbeeld vocht, condens of zout. Sommige magneten en vooral bepaalde coatings zijn gevoeliger voor corrosie dan andere. In toepassingen met vocht of buitengebruik is materiaalkeuze extra belangrijk. Meer hierover lees je op magneten buiten bevestigen en magneten en zout water.

Technische specificaties

Dit zijn termen die je vaak ziet in productinformatie, datasheets en artikelen over magneetkwaliteit, materiaalgedrag en temperatuurklassen. Handig als je magneten exact wilt vergelijken of beter wilt begrijpen waarom specificaties in de praktijk anders kunnen uitpakken. Verdieping: betekenis van magneetspecificaties.

N-waarde
De N-waarde, bijvoorbeeld N35 of N52, zegt iets over de maximale energie-inhoud van het neodymium materiaal en hangt samen met magnetische prestaties. Een hogere N-waarde geeft bij hetzelfde formaat wat meer kracht, maar het verschil is kleiner dan veel mensen verwachten. Verdieping: N-waarde bij neodymium magneten.
BHmax
BHmax is de maximale energiedichtheid van een magneetmateriaal en de grootheid waar de N-waarde rechtstreeks op gebaseerd is. Het getal achter de N verwijst naar de BHmax-waarde van het materiaal. Het beschrijft het materiaal, niet de magneet: vorm, formaat en ondergrond bepalen wat je er in de praktijk aan hebt. Verdieping: BHmax bij magneten.
SH / UH / EH
Dit zijn temperatuurklassen die aangeven tot welke werktemperatuur een neodymium magneet geschikt kan zijn zonder blijvend krachtverlies. Verdieping: betekenis van magneetspecificaties en hittebestendigheid van magneten.
Curietemperatuur
De Curietemperatuur is de temperatuur waarbij een magnetisch materiaal zijn ferromagnetische eigenschappen verliest. Boven dit punt gedraagt het materiaal zich niet meer als voorheen. Let op: blijvend krachtverlies begint in de praktijk al ruim onder dit punt, bij de maximale werktemperatuur. Verdieping: Curietemperatuur van magneten.
Remanentie
Remanentie, vaak aangeduid als Br, is de magnetische fluxdichtheid die in het materiaal achterblijft na magnetisatie. Het hangt samen met de sterkte van het materiaal, maar vertaalt niet 1-op-1 naar houdkracht in een toepassing. Verdieping: magnetische hysterese en remanentie.
Coërciviteit
Coërciviteit, vaak aangeduid als Hc, geeft aan hoe goed een magneet weerstand biedt tegen demagnetiseren, bijvoorbeeld door hitte of een tegengesteld magnetisch veld. Verdieping: coërciviteit van magneten.
Tesla
Tesla (T) is de standaard eenheid voor magnetische fluxdichtheid. De waarde beschrijft de veldsterkte op één punt, meestal vlak op het oppervlak, en niet hoeveel de magneet kan dragen. Aan het oppervlak van een sterke neodymium magneet meet je waarden in de orde van een tesla; enkele millimeters verderop is dat al veel minder. Verdieping: magnetische fluxdichtheid en veldsterkte versus trekkracht.
Gauss
Gauss (G) is een oudere eenheid voor dezelfde grootheid als tesla. De omrekening is eenvoudig: 1 tesla is 10.000 gauss, dus 12.000 gauss komt neer op 1,2 tesla. Gauss-waarden ogen indrukwekkend doordat de schaal duizend keer fijner is. Ze zeggen net zomin als tesla iets over de draagkracht in jouw situatie.
Magnetische fluxdichtheid (B-veld)
Het B-veld, of fluxdichtheid, beschrijft hoe sterk het magnetisch veld op een bepaald punt is. In technische context wordt dit gebruikt om veldsterkte en materiaalgedrag te beschrijven. Verdieping: magnetische fluxdichtheid.
Magnetische veldsterkte (H-veld)
Het H-veld, of veldsterkte, hangt samen met de magnetiserende werking van een veld en wordt vaak naast het B-veld gebruikt om materiaalgedrag te beschrijven. Verdieping: de relatie tussen H en B.
Magnetische flux
Magnetische flux beschrijft de totale hoeveelheid magnetisch veld die door een oppervlak loopt. Het begrip wordt vooral gebruikt in technische uitleg over veldverdeling, materiaalgedrag en magnetische kring.
Tolerantie
Tolerantie is de toegestane maatafwijking van een magneet ten opzichte van de opgegeven afmeting. Bij neodymium magneten ligt die doorgaans rond een tiende millimeter. Dat is vooral van belang bij inbouw in 3D-prints, frezingen of krappe uitsparingen, waar een halve tiende het verschil maakt tussen passen en klemmen. Verdieping: maximale tolerantie bij neodymium magneten en toleranties bij magneten in 3D-prints.

Gebruik in de praktijk

Dit zijn de begrippen die verklaren waarom een magneet in het echt anders werkt dan op papier. Hier vallen onder andere afstand, ondergrond, contactoppervlak en belastingrichting onder. Zoek je een praktische keuzehulp, kijk dan ook op hoe kies je de juiste magneet.

Luchtspleet
Een luchtspleet is elke kleine afstand tussen magneet en staal, bijvoorbeeld door verf, tape, papier, coating of een ruwe ondergrond. Zo’n kleine afstand kan de houdkracht sterk verminderen. Verdieping: luchtspleet en houdkracht en wat heeft invloed op de sterkte van mijn magneet.
Ondergrond
De ondergrond is het materiaal waarop je de magneet gebruikt. De praktische houdkracht hangt sterk af van de vraag of de ondergrond ferromagnetisch is, hoe dik het staal is en hoe vlak het contact is. Meer hierover lees je in welke magneet werkt op welk oppervlak en hoe kies je de juiste magneet.
Contactoppervlak
Het contactoppervlak is het deel waar magneet en staal elkaar raken. Een vlak, schoon en volledig contact geeft meestal de beste werking. Oneffenheden, structuur of een tussenlaag zorgen voor minder effectief contact.
Afstand tot staal
De afstand tussen magneet en staal bepaalt hoeveel van het magnetisch veld het staal nog bereikt. Zelfs een dun laagje verf, folie of coating kan al veel effect hebben. In de praktijk is zo dicht mogelijk op staal vaak het belangrijkste advies. Verdieping: werken magneten door materialen heen.
Stalen tegenplaat
Een stalen tegenplaat is een stalen plaat die je als partner gebruikt voor een magneet. Dit kan de praktische werking verbeteren, vooral als de ondergrond dun, gelakt of niet ideaal is. Bij vochtige toepassingen of buitengebruik kan onbehandeld staal roesten. Behandel stalen tegenplaten dan met een geschikte primer, lak of andere bescherming. Verdieping: staalplaat achter een magneet. Bekijk ook metalen tegenstukken.
Potmagneet
Een potmagneet is een magneet in een stalen behuizing, de pot. Die stalen pot bundelt het magnetisch veld naar voren, waardoor de praktische trekkracht aan de voorkant vaak groter is dan bij dezelfde magneet zonder behuizing. Verdieping: toepassingen van potmagneten. Bekijk ook het assortiment potmagneten.
Rubbergecoate magneet
Een rubbergecoate magneet is meestal een neodymium magneet met een rubberen buitenlaag. De rubberlaag beschermt de ondergrond, geeft meer grip en helpt vooral bij toepassingen waarbij schuifbelasting een rol speelt. Dit type magneet is niet buigbaar; het voordeel zit vooral in bescherming en hogere schuifweerstand. Verdieping: rubbergecoate magneten voor buiten. Bekijk ook rubbergecoate magneten.

Productvormen & bevestiging

Sommige begrippen lijken op elkaar, maar betekenen in de praktijk iets anders. Vooral bij magneetband, magneetfolie en magneetstrip ontstaat regelmatig verwarring. Dit deel helpt om die productvormen duidelijk van elkaar te onderscheiden. Een breder overzicht vind je op soorten magneten.

Magneetband
Magneetband is flexibel magnetisch materiaal op rol of strook. Het wordt vaak gebruikt voor lichte bevestigingen, labels, presentatiemateriaal of toepassingen waarbij buigzaamheid belangrijker is dan hoge houdkracht. Magneetband is iets anders dan een metalen magneetstrip waarop je magneten laat hechten. Verdieping: hoe sterk is magneetband.
Magneetfolie
Magneetfolie is flexibel magnetisch plaatmateriaal. Het wordt vaak gebruikt voor magneetstickers, planborden, voertuigsigning of licht magnetisch materiaal dat op ferromagnetische ondergronden moet blijven zitten. De houdkracht is meestal lager dan bij neodymium magneten, maar de folie is wel goed op maat te snijden of te verwerken.
Magneetstrip
Een magneetstrip in onze webshop is een metalen strip waarop magneten kunnen hechten. Het is dus geen flexibel magnetisch band, maar juist een stalen ondergrond voor magneten. Dit is handig wanneer je magneten wilt gebruiken op een plek waar de bestaande ondergrond niet magnetisch genoeg is. Bekijk ook magneetstrip voor magneten.
Verzonken gat en schroefdraad
Magneten met een verzonken gat, schroefgat of draadbus laten zich vastschroeven in plaats van lijmen. De schroefkop verdwijnt bij een verzonken gat volledig in de magneet, zodat het contactvlak vlak blijft. Dit is doorgaans betrouwbaarder dan lijmen, zeker bij trillingen of schuifbelasting. Verdieping: magneten met gat en lijmen of schroeven.
Zelfklevende magneet en kleeflaag
Een zelfklevende magneet heeft aan de achterzijde een kleeflaag, meestal op acrylaatbasis. Die laag hecht goed op glad, schoon en niet-poreus materiaal zoals glas, metaal of gelakt hout. Op rubber, siliconen, textiel, ruwe kunststof of stoffig oppervlak is de hechting slecht; daar is lijmen of schroeven een betere keuze. Verdieping: op welke ondergrond hecht een plakmagneet en magneten lijmen.

A–Z overzicht

AAantrekken en afstoten, Aardmagnetisch veld, Afstand tot staal, AlNiCo, Anisotroop, Axiale magnetisering
BBHmax, Magnetische fluxdichtheid (B-veld)
CCoating, Coërciviteit, Contactoppervlak, Corrosie, Curietemperatuur
DDemagnetiseren, Diametrale magnetisering
EElektromagneet
FFerriet, Ferromagnetisch materiaal
GGauss
HHefboomwerking, Magnetische veldsterkte (H-veld), Houdkracht, Hysterese
IIsotroop
LLuchtspleet
MMagneetband, Magneetfolie, Magneetstrip, Magnetisch afschermen, Magnetisch veld, Magnetische flux, Magnetische kring, Magnetiseren, Magnetiseringsrichting, Magnetische veldlijnen, Magnetische verzadiging
NN-waarde, Neodymium, Nikkelallergie, Non-ferro metalen
OOndergrond
PPermanente magneet, Polen, Potmagneet
RRemanentie, Restmagnetisme, Rubbercoating, Rubbergecoate magneet, RVS en magnetisme
SSchuifbelasting, Schuifkracht, SH / UH / EH, Stalen tegenplaat
TTesla, Tolerantie, Trekkracht
VVeroudering, Verzonken gat en schroefdraad
WWeiss-domeinen
ZZeldzame aardmetalen, Zelfklevende magneet

Meer basisuitleg over magneten vind je ook op soorten magneten en in de projectgids hoe kies je de juiste magneet. Specifiek over sterke materialen lees je verder op neodymium en over praktische krachtverschillen op wat heeft invloed op de sterkte van mijn magneet.