Hoe werkt een magneet?
Kort antwoord:
Een magneet werkt doordat kleine magnetische gebieden in het materiaal, de domeinen, allemaal dezelfde richting aannemen. Daardoor ontstaat een magnetisch veld dat kracht uitoefent op ferromagnetische materialen zoals ijzer, staal, nikkel en kobalt.
Waarom:
De werking begint bij elektronen en hun spin. In ferromagnetische materialen koppelen naburige atomen hun magnetische richting aan elkaar, waardoor de uitlijning zich over hele gebieden uitstrekt en blijft bestaan zonder stroom. Een magneet heeft daardoor altijd een noordpool, een zuidpool en een blijvend magnetisch veld.
Binnen een magneet staan ontelbaar veel kleine magnetische richtingen dezelfde kant op. Daardoor ontstaat rond de magneet een veld dat staal aantrekt en andere magneten aantrekt of afstoot. Dit artikel legt uit hoe dat magnetisme ontstaat, waarom een magneet altijd twee polen heeft en waarom de kracht zo snel afneemt met afstand.
Zoek je eerst het praktische overzicht, met waar een magneet op werkt, waarom de houdkracht tegenvalt en welke je nodig hebt? Begin dan bij magneet: werking, houdkracht en welke je nodig hebt.
De werking van een magneet in het kort
Een magneet heeft een magnetisch veld: het gebied rond de magneet waarin magnetische kracht merkbaar is. Die kracht werkt vooral op ferromagnetische materialen, zoals ijzer, staal, nikkel en kobalt. Koper, aluminium, messing en kunststof worden door een gewone permanente magneet niet of nauwelijks aangetrokken.
Er stroomt niets uit een magneet. Het veld beïnvloedt de magnetische toestand van materialen in de buurt: komt een magneet dicht bij staal, dan wordt het staal tijdelijk zelf magnetisch, en daardoor trekken ze elkaar aan.
Magnetische domeinen en elektronenspin
De werking begint op atoomniveau. Elektronen hebben een magnetische eigenschap die spin wordt genoemd; je kunt die zien als een heel klein magnetisch veldje. In de meeste materialen wijzen deze veldjes alle kanten op en heffen ze elkaar grotendeels op.
In ferromagnetische materialen koppelen naburige atomen hun magnetische richting aan elkaar. Die koppeling heet de uitwisselingswisselwerking, en zij zorgt ervoor dat de uitlijning zich niet beperkt tot één atoom maar zich uitstrekt over hele gebieden. Zulke gebiedjes heten magnetische domeinen. Ontbreekt die koppeling, zoals bij aluminium of titanium, dan blijft het materiaal ondanks losse magnetische momenten niet magnetisch.
Bij een permanente magneet blijft de uitlijning van de domeinen grotendeels behouden nadat het magnetiserende veld is weggenomen. Daardoor bewaart een neodymium magneet of ferrietmagneet zijn magnetisme zonder stroom. Hoeveel er achterblijft, heet de remanentie; hoe dat samenhangt met de hysteresekromme, staat in magnetische hysterese en remanentie.
Waarom is staal wél magnetisch maar geen magneet?
Een gewoon stuk staal heeft ook magnetische domeinen. Die wijzen alleen in alle richtingen, waardoor hun effecten elkaar opheffen en het staal naar buiten toe niets magnetisch laat zien.
Breng je een magneet in de buurt, dan draaien die domeinen mee in de richting van het veld. Dat heet geïnduceerd magnetisme. Het staal wordt tijdelijk zelf een magneet, met tegenover de magneet steeds een tegengestelde pool. Daarom trekt een magneet ijzer altijd aan, welke kant je er ook tegenaan houdt; afstoten doet hij alleen bij een andere magneet. Haal je de magneet weg, dan verliezen de domeinen hun gezamenlijke richting weer grotendeels.
Of een materiaal een magneet kan worden, hangt dus af van de vraag of de uitlijning blijft bestaan als het veld verdwijnt. Materialen waarbij dat gebeurt, heten magnetisch hard. Materialen die hun uitlijning direct weer loslaten, zoals weekijzer, heten magnetisch zacht.
Noordpool en zuidpool
Elke magneet heeft een noordpool en een zuidpool. Tegengestelde polen trekken elkaar aan, gelijke polen stoten elkaar af. Daarom trekken twee magneten elkaar soms krachtig naar elkaar toe en duwen ze elkaar soms van elkaar weg.
Breek je een magneet doormidden, dan ontstaan er geen losse noordpool en zuidpool. Je krijgt twee kleinere magneten, die allebei weer een noord- en een zuidpool hebben. Elk domein heeft zelf al twee polen: hoe klein je het stuk ook maakt, je houdt altijd uitgelijnde domeinen met een noord- en een zuidkant over. Waar de polen liggen, hangt af van de magnetiseringsrichting: bij een schijfmagneet meestal op de platte kanten, bij een diametraal gemagnetiseerde schijf op de zijkant.
Wat zijn magnetische veldlijnen?
Het magnetisch veld rond een magneet kun je voorstellen met veldlijnen. Die laten zien in welke richting de magnetische kracht werkt. Buiten de magneet lopen de veldlijnen van de noordpool naar de zuidpool, binnen de magneet van zuid naar noord. Het zijn dus gesloten lussen die nergens beginnen of eindigen, en ook dat verklaart waarom een losse pool niet bestaat. Waar de lijnen dicht bij elkaar liggen, is het veld sterker; bij de polen liggen ze het dichtst opeen.
Je maakt veldlijnen zichtbaar met ijzervijlsel op een vel papier boven een magneet. De deeltjes richten zich naar het veld en tekenen het patroon. De vorm van de magneet heeft veel invloed op dat patroon.
Waarom trekt een magneet sommige metalen wel aan en andere niet?
Een magneet trekt vooral ferromagnetische materialen aan: ijzer, staal, nikkel en kobalt. Aluminium, koper, messing, goud en zilver reageren niet merkbaar op een gewone permanente magneet.
Bij die metalen ontbreekt de koppeling tussen naburige atomen. Er vormen zich geen domeinen, en er blijft geen netto magnetisch effect over. Koper, goud en zilver zijn bovendien diamagnetisch: ze worden door een magneet heel zwak afgestoten, zo zwak dat je het zonder meetopstelling niet merkt. Waarom roestvast staal zich zo wisselend gedraagt, lees je bij welke metalen niet magnetisch zijn.
Waarom neemt magneetkracht snel af met afstand?
Een magneet werkt het sterkst bij direct contact met een geschikte metalen ondergrond. Zodra er afstand ontstaat, neemt de kracht snel af. Het veld van een neodymium schijfmagneet van Ø 20 × 5 mm meet aan het oppervlak ongeveer 290 mT, op 10 mm afstand nog 81 mT en op 20 mm nog 22 mT. De houdkracht gaat ruwweg met het kwadraat van het veld mee en zakt dus nog sneller. Een luchtspleet van een halve millimeter kan de houdkracht onder bepaalde omstandigheden al halveren, en een laag verf, folie, kunststof of papier levert zo'n spleet op. Hoeveel een luchtspleet kost, verschilt per formaat: een kleine magneet verliest relatief meer dan een grote.
Ook de ondergrond zelf telt mee. De opgegeven houdkracht geldt voor zuiver weekijzer en niet voor gewoon bouwstaal. Bij S235 ligt de werkelijke waarde ongeveer 5 procent lager, bij E360 zo'n 30 procent. Hoe gladder het oppervlak, hoe beter het contact en hoe hoger de kracht.
Daarnaast speelt de dikte van het staal mee. Is de plaat te dun om alle veldlijnen te geleiden, dan raakt het staal magnetisch verzadigd en gaat een deel van de kracht verloren. Dat merk je op een dunne kastwand of een lichte plaatstalen deur: dezelfde magneet houdt daar aantoonbaar minder vast dan op een dikke, vlakke plaat.
De opgegeven houdkracht is een laboratoriumwaarde
Die waarde wordt gemeten onder optimale omstandigheden: direct contact met dik, vlak, glad weekijzer en belasting recht van de ondergrond af. In dagelijks gebruik komen daar luchtspleet, staalsoort, plaatdikte, ruwheid, schuifbelasting en trillingen bij. Aan een verticale wand houdt een kale magneet zijwaarts maar 15 tot 20% van de opgegeven waarde. Reken daar dus met een ruime marge, en test bij voorkeur op de werkelijke ondergrond.
Permanente magneten en elektromagneten
Een permanente magneet behoudt zijn magnetisch veld zonder stroom. Voorbeelden zijn neodymium magneten, ferrietmagneten en AlNiCo magneten.
Bij een elektromagneet ontstaat het veld doordat er elektrische stroom door een spoel loopt. Zet je de stroom uit, dan verdwijnt het veld grotendeels; in een ijzeren kern blijft een klein restmagnetisme achter. Elektromagneten zitten in motoren, relais, luidsprekers en hijssystemen.
Waarom kan een magneet kracht verliezen?
Een permanente magneet blijft lang magnetisch, maar hoge temperaturen, sterke schokken, beschadiging of een tegengesteld magnetisch veld kunnen de uitlijning van de domeinen verstoren.
Temperatuur is daarbij het meest onderschatte risico. Boven de Curietemperatuur verliest een ferromagnetisch materiaal zijn ordening volledig; bij neodymium ligt die rond 310 °C. Onomkeerbaar verlies begint al ver daaronder. Voor standaardkwaliteiten ligt de praktische werktemperatuur rond 80 °C, voor N50 en N52 60 tot 65 °C, en een dunne vorm zakt daar nog onder. Blijft een magneet onder die grens, dan is het krachtverlies door warmte tijdelijk en komt het terug als hij afkoelt. Is hij erboven geweest, dan blijft een deel van het verlies. Corrosie, schokken en tegenvelden komen aan bod in waarom een magneet kracht verliest.
De aarde als magneet
Ook de aarde heeft een magnetisch veld. Dat ontstaat door stromingen van vloeibaar ijzer en nikkel in de buitenkern. Het veld beschermt de aarde tegen geladen deeltjes van de zon en richt een kompasnaald noord-zuid.
De noordpool van een kompasnaald wijst naar het geografische noorden. Omdat tegengestelde polen elkaar aantrekken, zit daar natuurkundig gezien een magnetische zuidpool, ook al heet die plek de magnetische noordpool. De namen zijn historisch zo gegroeid. Hoe zwak het aardveld is naast een gewone magneet, rekenen we voor in de aarde als magneet.
Wat betekent dit voor het kiezen van een magneet?
De keuze voor een magneet hangt door al het bovenstaande af van meer dan de opgegeven houdkracht. Vorm, materiaal, coating, magnetiseringsrichting, contactoppervlak en ondergrond bepalen samen hoe een magneet zich gedraagt.
Een kleine schijfmagneet werkt uitstekend voor papier op staal, maar is minder geschikt voor verticale belasting. Een potmagneet richt het veld naar één zijde en levert daardoor veel houdkracht op dik staal. Een rubbermagneet beschermt de ondergrond en geeft meer grip bij schuifbelasting.
Welke magneet past bij jouw situatie?
Deze tabel koppelt een veelvoorkomende situatie aan een geschikt type magneet.
| Situatie | Geschikt type | Waarom |
|---|---|---|
| Papier, posters of memo’s op een whiteboard of staal | schijfmagneten | Klein en sterk genoeg voor lichte last; valt nauwelijks op. |
| Zware last recht naar beneden op dik, vlak staal | potmagneten | Bundelen het veld naar één zijde en leveren veel houdkracht. |
| Buiten of in een vochtige ruimte, kracht minder kritisch | ferrietmagneten | Corroderen van nature nauwelijks; geen coating die kan beschadigen. |
| Buiten in de regen, maar wél veel kracht nodig | rubbermagneten | Neodymium met een rubberlaag, sterker dan ferriet. Niet waterdicht bij het schroefgat, dus niet voor permanent nat. |
| Ondergrond beschermen of grip bij schuifbelasting | rubbermagneten | Rubberlaag voorkomt krassen en verhoogt de wrijving. |
| Rechte vlakken, constructie of montage | blokmagneten | Vlakke contactvlakken met een voorspelbare krachtrichting. |
| Maximale kracht in een compacte maat | neodymium magneten | Sterkste permanente magneetsoort per volume. |
Twijfel je tussen meerdere types, bijvoorbeeld bij een combinatie van schuifbelasting, temperatuur en beperkte ruimte? De keuzegids voor magneten loopt stap voor stap langs alle factoren.
Bronnen
Stanford Magnets, Maximum operating temperature vs. Curie temperature, met de Curietemperatuur van neodymium. stanfordmagnets.com
e-Magnets UK, Neodymium temperature ratings, met de maximale werktemperatuur per kwaliteit en de lagere grens voor N50 en N52. e-magnetsuk.com
Veldwaarden op afstand berekend voor een schijfmagneet van Ø 20 × 5 mm in N42 met een remanentie van 1,3 T, op de as van de pool.
Verder lezen over werking en kracht
Magneet: werking, houdkracht en welke je nodig hebt
Waar een magneet op werkt, waarom de kracht tegenvalt en hoe je de juiste kiest.
Lees verder →Magnetische veldlijnen en magneetvorm
Hoe vorm en veldverdeling samenhangen en waarom niet elke magneet hetzelfde krachtpatroon heeft.
Lees verder →Magnetische veldsterkte en trekkracht
Waarom veldsterkte iets anders is dan praktische trekkracht of houdkracht in kilo’s.
Lees verder →Hoe sterk moet een magneet zijn?
De praktische vertaalslag van natuurkundige werking naar kiezen, testen en toepassen.
Lees verder →Een klein gebied in een materiaal waarin de magnetische richting gelijk staat. Ook onbewerkt staal heeft domeinen; die wijzen alleen alle kanten op.
Uitwisselingswisselwerking
De koppeling tussen naburige atomen die hun magnetische richting gelijkschakelt. Zonder deze koppeling ontstaan er geen domeinen en is een materiaal niet ferromagnetisch.
Geïnduceerd magnetisme
Tijdelijk magnetisme in staal of ijzer doordat er een magneet in de buurt is. De pool die ontstaat, is altijd tegengesteld aan die van de magneet, zodat er aantrekking ontstaat.
Magnetisch veld
Het gebied rond een magneet waarin magnetische kracht merkbaar is. De veldlijnen vormen gesloten lussen: buiten de magneet van noord naar zuid, binnenin van zuid naar noord.
Magnetisch hard en zacht
Hard magnetisch materiaal behoudt zijn uitlijning na magnetisering en vormt een permanente magneet. Zacht magnetisch materiaal, zoals weekijzer, laat de uitlijning direct weer los.
Curietemperatuur
De temperatuur waarboven een ferromagnetisch materiaal zijn magnetische ordening volledig verliest. Onomkeerbaar krachtverlies begint bij neodymium al ruim daaronder.
Permanente magneet
Een magneet die zijn magnetisch veld behoudt zonder elektrische stroom.
Dit artikel hoort bij het onderwerp: Magnetisme & fysica
Hans Huizenga
Oprichter van specialistische webshop MagneetjesWinkel.nl met fysieke winkel in Ede.
Laatst bijgewerkt: 14 oktober 2026