Begin bij de ruimte: de lengte en breedte van de sleuf of frezing, en hoe diep je kunt gaan. Kies daarbinnen het dikste blok dat past, want bij dezelfde lengte en breedte trekt een dikker blok harder. Hoeveel kracht je nodig hebt, reken je uit bij hoe sterk moet een magneet zijn.
Maak de sleuf ongeveer 0,2 mm ruimer dan het blok. De maattolerantie is ± 0,1 mm, en neodymium is bros: een blok dat je erin moet drukken, kan breken.
Bij bijna alle blokken liggen de polen op de twee grootste vlakken, zodat het blok met zijn platte kant trekt. Het blok van 30 × 10 × 5 mm is er ook in een diametrale versie, met de polen op twee zijkanten. Die neem je als het blok op zijn kant tegen staal of tegen een andere magneet moet. Beide trekken 6,5 kg.
Gewone vernikkelde blokken zijn opgegeven tot 80 °C, de N50-blokken van 10 × 4 × 2 en 10 × 5 × 2 mm tot 65 °C. Wordt het warmer, bijvoorbeeld in een behuizing naast een motor of lamp, neem dan het blok van 10 × 3 × 2 mm (44H) of het zwarte blok van 30 × 7 × 2,5 mm (38H), allebei tot 120 °C, of het verzinkte blok van 30 × 15 × 6 mm (42SH) tot 150 °C. Houd 10 °C marge onder die grens aan.
Een vernikkeld blok is gemaakt voor droge ruimtes. Voor vocht en buiten past een rubbergecoate magneet beter.
is van maandag t/m zaterdag geopend voor bezoek
bij bestellingen vanaf 75 euro binnen Nederland & België
binnen 90 dagen na ontvangst van je bestelling en binnen NL
die ons gemiddeld een 4,8/5 geven bij Trustprofile
Een blokmagneet is rechthoekig, een schijfmagneet rond. Een blok past in een rechte sleuf of frezing en kan daar niet draaien; een schijf zet je in een rond geboord gat.
De trekkracht bij elk product geldt voor vol contact met dik, kaal staal. Op dun plaatwerk, door een laklaag of met een kier blijft er minder over. Aan een staande wand houdt een blok zijwaarts ongeveer een vijfde: de 30 × 10 × 5 mm trekt 6,5 kg en houdt aan een wand ongeveer 1,3 kg. Hoe je dat doorrekent, staat bij trekkracht berekenen.