Trekkracht van een magneet berekenen in de praktijk

Kort antwoord:
Vermenigvuldig het gewicht met een veiligheidsfactor: 2 tot 3 bij recht aftrekken van schoon staal, en 10 tot 13 bij een kale magneet aan een verticale wand. Reken nooit exact op het gewicht van het object.

Waarom:
De opgegeven trekkracht geldt bij loodrecht lostrekken van een 2 cm dikke stalen plaat. Aan een wand houdt wrijving het object tegen, en die bedraagt maar 15 tot 20% van die waarde.

Trekkracht berekenen lijkt eenvoudig: weeg het object en kies een magneet met dezelfde houdkracht. Zo werkt het niet. De opgegeven waarde komt uit een ideale testopstelling, en jouw toepassing wijkt daar vrijwel altijd van af.

Hieronder staat waar die waarde vandaan komt, wat er in de praktijk van overblijft, en hoe je van gewicht naar een werkbare keuze komt. Voor het bredere overzicht van trekkracht en schuifkracht zie houdkracht van magneten.

Waar de opgegeven waarde vandaan komt

De industriestandaard is vastgesteld door de Magnet Distributor and Fabricators Association. Daarbij wordt de magneet loodrecht losgetrokken van een vlakke, schone stalen plaat van minimaal 2 cm dik. Die dikte is bewust gekozen: bij dunner staal kan het magnetisch veld niet volledig sluiten en vallen de waarden lager uit.

Bij MagneetjesWinkel.nl bepalen we ronde en symmetrische magneten met een gevalideerd rekenmodel op basis van N-waarde, afmeting en magnetiseringsrichting. Blok- en kubusmagneten meten we fysiek met een houdkracht-meetmachine, waarbij elke meting vier à vijf keer wordt herhaald en we het gemiddelde noteren.

Waarom sommige aanbieders hogere waarden opgeven
Een bekende meetfout is het plaatsen van staal aan beide kanten van de magneet in plaats van aan één kant. Dat levert kunstmatig hoge waarden op, soms het dubbele van de werkelijke trekkracht.

Vergelijk daarom niet alleen de getallen maar ook of de meetmethode wordt vermeld. Een aanbieder die de MDFA-norm noemt, geeft een waarde die je met andere leveranciers kunt vergelijken; een aanbieder die niets vermeldt, doet dat mogelijk niet.

Wat er in de praktijk van overblijft

De meetomstandigheden komen in een echte toepassing zelden voor. Dit zijn de factoren die het verschil maken, met een indicatie van hun effect.

Staafdiagram waarin dezelfde magneet met 10 kilo opgegeven trekkracht nog circa 5 kilo levert met een luchtspleet van een halve millimeter en 1,5 tot 2,0 kilo bij zijwaartse belasting aan een verticale wand
Eén magneet, drie situaties. Aan een verticale wand blijft van de opgegeven 10 kg nog ongeveer een vijfde over, omdat daar alleen wrijving het object tegenhoudt. Bij een rubbergecoate uitvoering ligt dat aandeel op 30 tot 40 procent van de trekkracht van die magneet zelf.
Factor Effect Toelichting
Luchtspleet van 0,5 mm ongeveer de helft een halve millimeter halveert de kracht al
Verf- of laklaag enkele procenten tot merkbaar poedercoat 60–100 µm, twee lagen lak 100–150 µm
Staal dunner dan 2 mm lager door verzadiging het staal kan niet alle veldlijnen geleiden
Bouwstaal S235 circa 5% lager ten opzichte van weekijzer
Staalsoort E360 circa 30% lager hogere legeringsgraad vermindert de flux
Ruw of bol oppervlak lager onvlakheid werkt als micro-luchtspleet
Zijwaartse belasting, kale magneet 15 tot 20% wrijving bepaalt de bruikbare kracht
Zijwaartse belasting, rubbercoating 30 tot 40% van de trekkracht van de rubbermagneet zelf

Die factoren stapelen bovendien. Een gelakte, dunne plaat met de last zijwaarts krijgt alle drie de verliezen tegelijk voor de kiezen.

Van gewicht naar benodigde trekkracht

De praktische methode is werken met een veiligheidsfactor: vermenigvuldig het gewicht van het object met de factor die bij jouw situatie hoort, en zoek een magneet met minstens die opgegeven trekkracht.

Situatie Factor Voorbeeld bij 2 kg
Loodrecht trekken, dik en schoon staal 2 – 3× magneet van 4 tot 6 kg
Loodrecht, met laklaag of dun staal 4 – 6× magneet van 8 tot 12 kg
Verticale wand, rubbergecoate magneet 5 – 7× magneet van 10 tot 14 kg
Verticale wand, kale magneet 10 – 13× magneet van 20 tot 26 kg
Buiten, trillingen of beweging 15× of meer altijd testen in de echte situatie

Waar die factoren vandaan komen
Ze zijn geen vuistregel maar een rekensom. Aan een verticale wand houdt wrijving het object tegen, en bij een kale magneet is dat 15 tot 20% van de trekkracht. Om 1 kg te houden heb je dus al 5 tot 6,7 kg opgegeven trekkracht nodig voordat je enige marge hebt; met een veiligheidsfactor van 2 kom je op 10 tot 13. Bij een rubbergecoate uitvoering ligt de wrijving op 30 tot 40%, waardoor dezelfde marge bij 5 tot 7 uitkomt.

Voorbeeld: een object van 2 kg

Hangt het plat onder een dikke stalen plaat en trekt het gewicht recht naar beneden van het staal af, dan volstaat een magneet met 4 tot 6 kg opgegeven trekkracht.

Komt datzelfde object tegen een verticale wand, dan verandert de som volledig. Bij een kale magneet zoek je 20 tot 26 kg opgegeven trekkracht; bij een rubbergecoate uitvoering 10 tot 14 kg. Dat is meteen het sterkste argument om bij verticale montage voor rubber te kiezen: je hebt een kleinere en goedkopere magneet nodig, ook al is de opgegeven waarde lager.

Gebruik je meerdere magneten, dan verdeel je de benodigde trekkracht over het aantal. Bij vier magneten en een benodigde 12 kg zoek je dus magneten van ongeveer 3 kg per stuk, en rond je naar boven af. Let er wel op dat alle magneten dan ook werkelijk contact maken; op een licht kromme plaat draagt er vaak maar één.

Veelgemaakte fouten

Rekenen zonder marge. Een object van 3 kg vraagt niet om 3 kg opgegeven trekkracht. Een kleine luchtspeling of een glad oppervlak is dan al genoeg om de bevestiging onbetrouwbaar te maken.

Schuifbelasting vergeten. Dit is de meest voorkomende en de duurste. Bij verticale montage wordt de magneet niet recht losgetrokken maar langs het oppervlak belast, en dan telt alleen wrijving. Zie schuifkracht van een magneet.

De ondergrond onderschatten. Dun staal, roestvast staal, lak, verf, roest of een tussenlaag verlagen de effectieve kracht fors. Zie waarom de magneetkracht lager is dan opgegeven.

Hefboomwerking negeren. Steekt de last uit, dan tilt het gewicht de magneet aan één rand op in plaats van hem recht af te trekken. Zie hefboomwerking bij magneten.

Wanneer je altijd moet testen

Rekenen brengt je tot een verantwoorde keuze, niet tot zekerheid. Test in de echte situatie zodra de toepassing zwaar of kwetsbaar is, bij verticale montage, trillingen, dun staal, roestvast staal, buitengebruik of warmte, en altijd wanneer iets niet mag vallen.

Doe die proef met dezelfde ondergrond, dezelfde tussenlaag, hetzelfde gewicht en dezelfde belastingsrichting. Anders test je iets anders dan je bouwt.

Van berekening naar keuze
Weet je hoeveel trekkracht je nodig hebt, kijk dan naar type en vorm. Bij weinig ruimte en veel kracht kom je uit bij neodymium. Voor loodrechte belasting op vlak staal levert een potmagneet de meeste kracht per formaat. Bij verticale montage, gladde ondergronden of trillingen is een magneet met rubber coating praktischer. En voor lichte, vlakke toepassingen volstaat magneetband, omdat de belasting daar over een groot oppervlak wordt verdeeld.

De sterkste magneet op papier is zelden de beste voor de toepassing; zie een sterkere magneet lost niet elk probleem op.

Meer over trekkracht en magneetkeuze

KEUZEHULP

Hoe sterk moet een magneet zijn?

Van toepassing naar de houdkracht die je werkelijk nodig hebt.

Lees verder →
MEETWAARDE

Houdkracht in kilo's is geen draaggewicht

Waarom het getal op de verpakking een vergelijkingspunt is.

Lees verder →
BELASTING

Schuifkracht van een magneet

Waarom sterke magneten aan een verticale wand toch glijden.

Lees verder →
PRAKTIJKVERLIES

Magneetkracht lager dan opgegeven

Welke factoren de werkelijke houdkracht omlaag halen.

Lees verder →
Trekkracht
De kracht die nodig is om een magneet loodrecht van een vlakke, schone stalen plaat van 2 cm dik te trekken, gemeten volgens de MDFA-norm. Bedoeld om magneten onderling te vergelijken.

Veiligheidsfactor
De vermenigvuldiging van het gewicht waarmee je de benodigde opgegeven trekkracht bepaalt. Volgt uit de belastingsrichting en de ondergrond, niet uit een vuistregel.

Schuifkracht
De zijwaartse kracht die een magneet weerstaat voordat hij gaat glijden. Bij een kale magneet 15 tot 20% van de trekkracht, bij een rubbercoating 30 tot 40%.

Technisch team MagneetjesWinkel.nl
De informatie op deze pagina is zorgvuldig samengesteld door het technisch team van MagneetjesWinkel.nl. Zo ben je verzekerd van betrouwbare en actuele informatie over magneten en hun toepassingen.

Laatst bijgewerkt: 8 september 2026