Temperatuur & demagnetisatie

Temperatuur is na de ondergrond de belangrijkste factor die bepaalt wat een magneet in de praktijk levert. Warmte werkt de magnetische ordening tegen: hoe heter het wordt, hoe meer kracht je inlevert, en boven een bepaalde grens komt die niet meer terug.

Rond dit onderwerp bestaan hardnekkige misverstanden, vooral over welk materiaal het beter doet. In deze subcategorie staat wat de grenzen zijn, wat er per graad gebeurt en wanneer verlies tijdelijk is of blijvend.

De kern in één zin: een hogere maximale werktemperatuur betekent niet dat een materiaal onderweg zijn kracht behoudt. Dat zijn twee verschillende eigenschappen, en ze wijzen niet dezelfde kant op.

De grenzen

Wat je in de praktijk merkt

In de toepassing

Twee getallen die je uit elkaar moet houden

Bij elk magneetmateriaal horen twee verschillende temperatuurgegevens, en die worden voortdurend door elkaar gehaald. Het eerste is de maximale werktemperatuur: de grens waarboven het verlies blijvend wordt. Het tweede is het verlies per graad daaronder, en dat verlies is reversibel.

Die twee wijzen niet dezelfde kant op. Ferriet houdt het tot circa 250 °C vol waar standaard neodymium bij 80 °C afhaakt, maar verliest per graad ongeveer het dubbele. Bij 150 °C heeft een ferrietmagneet dus fors ingeleverd; het verschil is dat hij daar nog wérkt en er niets kapotgaat, terwijl neodymium op die temperatuur allang onherstelbaar verzwakt is.

Warmte en kou zijn niet elkaars spiegelbeeld

Bij hitte gedraagt neodymium zich als het kwetsbare materiaal en ferriet als het robuuste. Bij kou draait dat volledig om.

Neodymium wordt kouder gewoon iets sterker. Ferriet niet: naarmate het kouder wordt, neemt de weerstand tegen ontmagnetisering af, en onder ongeveer −20 tot −40 °C kan het blijvend kracht verliezen. Voor een vriescel of koelinstallatie is ferriet dus juist níet de veilige keuze die het bij vocht en warmte wel is.

In de praktijk begeeft meestal iets anders het eerst

Bij warme toepassingen kijkt men naar de magneet, terwijl de zwakste schakel doorgaans de bevestiging is. Veel kleeflagen worden al rond 60 tot 70 °C zacht, en dat ligt onder de 80 °C van standaard neodymium. Een rubbercoating loopt tegen dezelfde grens aan.

Het gevolg is bovendien anders dan verwacht: het voorwerp laat niet plotseling los maar zakt langzaam weg, omdat de lijm gaat kruipen in plaats van breken. Voor toepassingen in een auto, camper of serre is een mechanische bevestiging daarom betrouwbaarder dan tape.

Sterkte en warmtebestendigheid ruilen tegen elkaar

Bij neodymium bestaan kwaliteitsletters die de temperatuurgrens verhogen, van M en H tot SH, UH en EH. Die hogere grens wordt bereikt met extra toevoegingen die kracht kosten, dus je kunt niet allebei het maximum hebben.

Dat leidt tot een contra-intuïtieve uitkomst: bij verhoogde temperatuur kan een N42 méér leveren dan een N52 van dezelfde maat, omdat de hoogste kwaliteit de laagste weerstand tegen ontmagnetisering heeft. Wie kracht én warmte nodig heeft, kiest een tussenvorm zoals N45SH. Zie Neodymium.

Weet je de temperatuur in jouw toepassing niet precies? Meet hem liever dan te schatten, want oppervlakken in de zon worden warmer dan de luchttemperatuur doet vermoeden. Twijfel je over de materiaalkeuze, stel je vraag of loop de projectgids langs.

De waardering van magneetjeswinkel.nl bij Trustprofile Reviews is 9.5/10 gebaseerd op 471 reviews.
WordPress Cookie Plug-in door Real Cookie Banner