Curie-temperatuur van magneten: het getal dat zelden de grens is
Kort antwoord:
De Curie-temperatuur is de temperatuur waarboven een magneetmateriaal zijn magnetisme helemaal kwijt is: circa 310 °C voor neodymium en 450 °C voor ferriet. Voor gebruik is dat het verkeerde getal. Standaard neodymium verliest boven 80 °C al blijvend kracht.
Waarom:
In gebruik wordt een magneet begrensd door zijn coërciviteit, en die zakt bij neodymium met elke graad. Ruim vóór het Curie-punt is ze te laag om de magnetisatie vast te houden. Boven het Curie-punt is het materiaal zelf niet kapot: na afkoelen is het opnieuw te magnetiseren.
Op het datablad van een magneet staan twee temperaturen: de Curie-temperatuur en de maximale werktemperatuur. Bij neodymium zit daar ruim 200 graden tussen. Wie op het Curie-punt let, kiest een magneet die het naast een warme motor of in een oven na één keer laat afweten.
Wat er bij het Curie-punt gebeurt
In een magneetmateriaal wijzen de magnetische momenten van de atomen binnen kleine gebieden, de domeinen, allemaal dezelfde kant op. Die ordening ontstaat vanzelf, door de wisselwerking tussen naburige atomen. Warmte werkt haar tegen: hoe heter het materiaal, hoe onrustiger de momenten en hoe kleiner de magnetisatie per domein. Op het Curie-punt verdwijnt de ordening helemaal. Het materiaal is dan paramagnetisch: het wordt nog maar zwak aangetrokken en houdt zelf geen veld meer vast.
Koelt het weer af, dan komt de ordening terug, alleen zonder gezamenlijke richting. De domeinen wijzen alle kanten op en heffen elkaar op. Het materiaal is weer magnetiseerbaar, maar het is pas weer een magneet als iemand het opnieuw in een sterk veld zet. Op veel sites lees je dat een magneet boven zijn Curie-punt onherstelbaar beschadigd raakt. Voor het materiaal klopt dat niet.
Curie-temperaturen per materiaal
De tabel zet naast het Curie-punt de maximale werktemperatuur: de grens tot waar een magneet geen blijvend krachtverlies oploopt. Bij het kiezen van een magneet telt alleen die tweede kolom.
| Materiaal | Curie-temperatuur | Maximale werktemperatuur |
|---|---|---|
| Neodymium, standaard (N35 tot N52) | circa 310 °C | 80 °C, N52 65 °C |
| Neodymium, hittebestendig (H tot AH) | tot circa 400 °C | 120 tot 230 °C |
| Ferriet | circa 450 °C | circa 250 °C |
| Samarium-kobalt | 700 tot 825 °C | 250 tot 350 °C |
| AlNiCo | 700 tot 860 °C | 450 tot 540 °C |
| Zuiver ijzer (geen permanente magneet) | 770 °C | niet van toepassing |
De waarden zijn bandbreedtes, omdat de samenstelling verschilt. Kobalt in een hittebestendige neodymiumklasse trekt het Curie-punt omhoog, en samarium-kobalt bestaat in twee varianten: 1:5 rond 750 °C en 2:17 rond 825 °C. Bij samarium-kobalt liggen de twee kolommen het verst uit elkaar. Het Curie-punt ligt boven de 700 °C, maar heter dan 350 °C mag het niet worden. AlNiCo heeft het hoogste Curie-punt en houdt het ook in gebruik het langst vol.
Gewoon staal blijft tot ruim 700 °C magnetisch. Bij een warme toepassing zit de zwakke plek dus altijd in de magneet en nooit in het stalen tegenstuk. De opgegeven werktemperatuur geldt bovendien voor een magneet met een gunstige vorm: een platte neodymium schijf van 10 × 1 mm haalt de 80 °C niet en houdt op rond 60 °C, zoals uitgewerkt bij demagnetisering door hitte.
Waarom neodymium al bij 80 °C afhaakt
De werktemperatuur volgt uit de coërciviteit, de weerstand van een magneet tegen ontmagnetiseren. Een magneet staat altijd in zijn eigen tegenveld, en zolang de coërciviteit daar ruim boven ligt, gebeurt er niets. Bij neodymium neemt de coërciviteit af met 0,5 tot 0,7 procent per graad, afhankelijk van de klasse. Bij 100 °C is er ruwweg de helft van over. Dan kan het eigen tegenveld een deel van de domeinen omklappen, en dat verlies blijft na afkoelen bestaan.
Hittebestendige klassen krijgen dysprosium of terbium mee, dat de coërciviteit verhoogt. Een SH-magneet mag daardoor tot 150 °C, een AH-magneet tot 230 °C.
Ferriet gedraagt zich andersom: daar stijgt de coërciviteit met 0,2 tot 0,5 procent per graad als het warmer wordt. Hitte tot 250 °C is voor ferriet geen probleem. Kou wel: onder ongeveer −40 °C zakt de coërciviteit zo ver dat ferriet blijvend kracht kan verliezen, een dunne schijf al onder −20 °C (zie magneten in extreme kou), terwijl neodymium in de kou iets sterker wordt.
Moet een magneet werken op een plek die 70 °C haalt, dan is standaard neodymium al te krap. Houd 20 tot 30 graden marge aan tussen de piektemperatuur en de opgegeven grens. Een N52 valt nog eerder af: N52 mag maar tot 65 °C. Ferriet heeft op zo'n plek ruim voldoende reserve, ook al levert het per formaat minder kracht.
Is een magneet boven het Curie-punt verloren?
Het materiaal niet. De structuur van een neodymium magneet verandert pas boven ongeveer 900 tot 1000 °C, de temperatuur waarop hij ooit gesinterd is. Een magneet die tussen zijn Curie-punt en die grens is geweest, is met een impulsmagnetiseerder in principe weer op (vrijwel) volle sterkte te brengen. Bij hermagnetiseren staat welk veld daarvoor nodig is en waarom dat geen klus voor thuis is.
Een eenvoudige rijstkoker gaat elke keer over een Curie-punt heen. De schakelaar wordt dichtgehouden door een magneet tegen een stukje ferriet waarvan het Curie-punt net boven de 100 °C ligt. Zolang er water in de pan staat, komt de bodem nauwelijks boven het kookpunt. Is het water op, dan loopt de temperatuur door, verliest het ferriet zijn magnetisme en springt de schakelaar los. Na afkoelen is het ferriet weer magnetisch en klikt de schakelaar de volgende keer gewoon vast. Dat ferriet is zachtmagnetisch en geen permanente magneet, maar het laat zien dat het materiaal er niets aan overhoudt.
Bij neodymium gaat het in de praktijk toch mis, door oxidatie. Gesinterd NdFeB tast in gewone lucht bij deze temperaturen aan, en schade aan het materiaal zelf herstelt geen enkele installatie. Een losse neodymium magneet die in het vuur of onder de soldeerbout heeft gezeten, vervang je. Hermagnetiseren loont alleen bij een onderdeel dat niet los te koop is.
Waar je thuis boven het Curie-punt komt
Niet in de oven. Die haalt hooguit 250 tot 275 °C, onder de 310 °C van neodymium, al is dat meer dan drie keer de werktemperatuur en dus genoeg voor blijvend krachtverlies. Een soldeerbout komt er wel overheen. Voor loodvrij soldeer staat de punt meestal rond 350 °C, omdat dat soldeer pas bij 217 °C smelt en de punt bij elk contact warmte verliest aan het werkstuk. Wie een draadje rechtstreeks op een magneet soldeert, verhit dat plekje tot boven het Curie-punt en houdt een magneet over met een dode plek. Maak contact met een klem.
Boven 230 °C valt neodymium af
De AH-klasse is met 230 °C de grens voor neodymium. Ferriet gaat tot 250 °C maar levert per formaat veel minder kracht, en daarboven blijven alleen AlNiCo en samarium-kobalt over.
AlNiCo hebben we als potmagneet met verzonken gat op voorraad. Het werkt tot 450 à 540 °C, maar laat zich makkelijk ontmagnetiseren door een tegenveld of een klap, dus berg het niet op naast sterke neodymium magneten. Samarium-kobalt is voor 250 tot 350 °C het sterkste materiaal. Dat verkopen wij niet. Zoek je veel kracht in die temperatuurzone, dan ben je bij een industriële magneetleverancier beter af dan bij ons.
Meer over temperatuur en demagnetisatie
Demagnetisering door hitte
Waarom platte magneten hun opgegeven grens niet halen.
Lees verder →Hittebestendigheid van magneten
Welk materiaal en welke klasse bij welke temperatuur past.
Lees verder →Invloed van temperatuur op houdkracht
Hoeveel kracht een warme magneet mist en terugkrijgt.
Lees verder →Magneet hermagnetiseren
Wanneer opnieuw magnetiseren zin heeft en wie het doet.
Lees verder →De temperatuur waarboven een ferromagnetisch materiaal zijn spontane magnetisatie verliest en alleen nog paramagnetisch is. Na afkoelen komt het ferromagnetisme terug, maar een permanente magneet moet opnieuw worden gemagnetiseerd om weer een magneet te zijn.
De hoogste temperatuur waarbij een magneet geen blijvend krachtverlies oploopt. Hangt af van de klasse en van de vorm van de magneet.
Bronnen
- Arnold Magnetic Technologies – Technical Note TN 0205. Curie-temperaturen van NdFeB, samarium-kobalt 1:5 en 2:17 en ferriet.
- All Star Magnetics – Permanent magnets & assemblies. Bandbreedtes van de Curie-temperatuur van NdFeB, samarium-kobalt en AlNiCo.
- Adams Magnetic Products – Materials Chart of Properties. Werktemperaturen van de neodymiumklassen H tot AH, samarium-kobalt en AlNiCo, en temperatuurcoëfficiënten van de coërciviteit.
- K&J Magnetics – Temperature and Neodymium Magnets. Omkeerbaar, onomkeerbaar en permanent verlies; structuurschade pas boven 900 tot 1000 °C.
- Amerikaans octrooi 5111026 – Control device and method for an electric rice cooker. Schakelaar die opent zodra ferriet boven zijn Curie-punt komt.
Dit artikel hoort bij het cluster Temperatuur & demagnetisatie binnen de categorie Magnetisme & fysica.
Hans Huizenga
Oprichter van specialistische webshop MagneetjesWinkel.nl met fysieke winkel in Ede.
Laatst bijgewerkt: 21 oktober 2026
Veelgestelde vragen over de Curie-temperatuur
Nee, zodra een magneet boven zijn Curie-punt komt, is het verlies van magnetisme permanent.
Samarium-Cobalt magneten hebben de hoogste Curie-temperatuur (700–800 °C) en zijn daardoor het meest geschikt voor zware industriële toepassingen.
In toepassingen zoals elektromotoren, speakers en machines bepaalt de Curie-temperatuur of een magneet langdurig betrouwbaar blijft functioneren.
Ja, sommige magneten verliezen tijdelijk kracht bij hogere temperaturen, maar als ze onder de Curie-temperatuur blijven, herstellen ze zich meestal weer.