Demagnetisering door hitte: wat gebeurt er met magneten bij hoge temperaturen?

Kort antwoord:
Warmte veroorzaakt twee verschillende verliezen. Tot aan de maximale werktemperatuur is het krachtverlies omkeerbaar — circa 0,11 % per graad, dat na afkoelen terugkomt. Daarboven blijft de magneet ook koud verzwakt.

Waarom:
Warmte verlaagt de coërciviteit, de weerstand tegen ontmagnetiseren. Zakt het werkpunt van de magneet daardoor onder de knik in de ontmagnetisatiecurve, dan is de schade blijvend. Waar dat punt ligt hangt af van de vorm van de magneet, niet alleen van het materiaal.

Hitte is een van de weinige dingen waar een permanente magneet daadwerkelijk aan kapotgaat. Alleen gaat het zelden zoals mensen verwachten: het verlies is vaker tijdelijk dan blijvend, en de magneet is vaker niet de zwakste schakel. Hieronder staat wat er fysisch gebeurt, waarom twee magneten van hetzelfde materiaal een verschillende grens hebben, en wat er in de praktijk als eerste bezwijkt. Zoek je welk materiaal je moet kiezen voor een warme toepassing, dan staan die tabellen bij hittebestendigheid van magneten.

Drie soorten verlies

Of je magneet te redden is, hangt af van hoe ver je boven de grens zat.

Omkeerbaar verlies

Rond en net boven de gebruikstemperatuur is de magneet alleen zwakker zolang hij warm is. De remanentie zakt met ongeveer 0,11 % per graad, dus bij 60 °C mis je zo'n 4 à 5 % en bij 100 °C ruim 8 %. Na afkoelen is het volledig terug, hoe vaak je het ook herhaalt. Dit is verreweg het meest gemelde "defect" en het is er geen.

Onomkeerbaar verlies

Duidelijk boven de gebruikstemperatuur blijft de magneet ook koud verzwakt. Herhaald verhitten tot diezelfde temperatuur maakt het niet erger — het verlies treedt eenmalig op. Met een voldoende sterk extern veld is zo'n magneet gewoon weer op sterkte te brengen; het materiaal is niet beschadigd, alleen de uitlijning is verstoord. Dat vraagt alleen apparatuur die je thuis niet hebt, zoals uitgelegd bij magnetiseren van magneten.

Permanent verlies rond de Curie-temperatuur

Boven de Curie-temperatuur verdwijnt de magnetisatie volledig. Hier gaat een hardnekkig misverstand rond: dat het materiaal daarmee definitief onbruikbaar is. Fysisch klopt dat niet. Wat het in de praktijk wél onherstelbaar maakt is oxidatie — gesinterd NdFeB tast in gewone lucht al ruim onder de Curie-temperatuur aan, en dat vreet het materiaal zelf op. Een magneet die je met de gasbrander te lijf gaat komt dus niet terug, maar niet om de reden die meestal wordt genoemd. Zie Curie-temperatuur van magneten.

De vorm verschuift de grens, en dat staat nergens op de verpakking

Dit is het punt dat de meeste verwarring veroorzaakt. Die 80 °C is geen materiaaleigenschap alleen. Een magneet werkt tegen zijn eigen strooiveld in, en hoe platter hij is, hoe sterker dat tegenveld. Bij dezelfde temperatuur zakt een dunne schijf daardoor eerder onder het punt waarop het verlies blijvend wordt. De verhouding tussen diameter en hoogte is de maat die dat uitdrukt.

Drie neodymium schijfmagneten op schaal naast elkaar, van plat 10 bij 1 millimeter tot compact 6 bij 6 millimeter, met per vorm de werkelijke maximale gebruikstemperatuur
Alle drie zijn opgegeven tot 80 °C. De platte schijf links haalt die grens in werkelijkheid niet, de compacte rechts kan er juist overheen. De verhouding tussen diameter en hoogte bepaalt het verschil.
Werkelijke temperatuurgrens naar verhouding diameter/hoogte, neodymium type N
VoorbeeldDiameter/hoogteOpgegeven grensWerkelijke grens
10 × 1 mm1080 °Ccirca 60 °C
20 × 5 mm480 °Ccirca 80 °C
6 × 6 mm180 °Choger dan 80 °C

Bij een verhouding van 4 of lager klopt de opgegeven waarde. Daarboven niet meer, en bij een verhouding van 10 scheelt het al zo'n 20 °C. Dat is geen schatting: voor zeer dunne neodymium magneten wordt in de branche standaard 65 °C opgegeven in plaats van 80 °C. Bij diametraal gemagnetiseerde ringmagneten ligt de werkelijke grens vaak nog aanzienlijk lager, en daar is voorafgaand testen het enige betrouwbare antwoord.

De opstelling telt ook mee. Ligt de magneet tegen staal aan, dan verandert het tegenveld in je voordeel. Staat hij met gelijke polen tegenover een buurmagneet, dan juist niet: hoe sterker het tegengestelde veld waarin een magneet staat, hoe lager zijn werkelijke maximumtemperatuur. Deze nuance ontbreekt op vrijwel alle productpagina's, ook op die van ons — opgegeven waarden gelden voor een vrijstaande magneet in een gunstige verhouding.

Diezelfde logica verklaart waarom N52 op 65 °C staat waar de andere klassen op 80 °C staan. Hoe hoger de N-waarde, hoe lager de coërciviteit van het materiaal en hoe eerder het bezwijkt onder een tegenveld. De sterkste magneet in het schap is dus tegelijk de meest hittegevoelige; wat dat betekent voor je keuze staat bij N-waarde bij neodymium magneten.

Wat in de praktijk als eerste bezwijkt

Hier zit het grootste gat tussen theorie en werkelijkheid. Bij de meeste klachten over "verzwakte magneten" is de magneet volkomen in orde en is de bevestiging het probleem.

Zelfklevende magneten en magneettape gebruiken een acrylaat- of rubberlijmlaag die je boven 60 tot 70 °C niet meer moet vertrouwen — dus ruim vóór de magneet zelf iets merkt. Een zelfklevende magneet op een zuidgerichte metalen deur schuift bij 40 °C buitentemperatuur naar beneden zonder dat er ook maar één procent magnetisatie verloren is gegaan. Bij potmagneten is de lijm tussen de magneet en de stalen pot doorgaans tot circa 80 °C gespecificeerd; bij rubbergecoate uitvoeringen begint het rubber daar ook zacht te worden en neemt de schuifkracht af terwijl de trekkracht nog prima is.

Metaal in de zon wordt bovendien veel warmer dan de lucht eromheen. Een donker geschilderde stalen deur of een autodak haalt in Nederland op een zomerdag zonder moeite 60 tot 70 °C. Dat blijft onder de grens van de magneet en zit boven de grens van de tape. Voor buitentoepassingen hoort daar ook vocht en ondergrond bij; dat staat uitgewerkt bij magneten buiten bevestigen.

De sterkste magneet is hier niet de oplossing
Wie belt met een magneet die het na een zomer buiten laat afweten, krijgt van ons niet standaard een zwaardere klasse aangeraden. In verreweg de meeste gevallen zit het probleem in de lijmlaag of in een schuivende belasting, en dan lost een duurdere magneet niets op. Een SH-uitvoering kopen voor een plek die 45 °C haalt is weggegooid geld. Bij een plek die richting de 65 °C gaat, werkt een hogere N-waarde zelfs tegen je.

Voorkomen

Houd 20 tot 30 °C marge aan tussen de verwachte piektemperatuur en de opgegeven grens, en meer naarmate de magneet platter is. Vermijd puntverhitting: solderen, lassen of slijpen vlak naast een gemonteerde magneet levert lokaal honderden graden op, waardoor je een ongelijk gemagnetiseerd exemplaar overhoudt met onvoorspelbare houdkracht. Hetzelfde geldt voor het uitharden van lijm met een heteluchtpistool — dat is een van de weinige manieren waarop mensen hun magneet tijdens de montage al beschadigen.

En reken erop dat de reserve die je koud inbouwt, warm kleiner is. Juist bij schuifbelasting, trillingen of hefboomwerking is dat het verschil tussen werkt en valt eraf; hoe je die marge berekent staat bij trekkracht berekenen.

Meer lezen over temperatuur en magnetische prestaties

MATERIAALKEUZE

Hittebestendigheid van magneten

Welke magneetsoort en welke temperatuurklasse past bij jouw toepassing.

Lees verder →
FYSICA

Curie-temperatuur van magneten

De absolute bovengrens waarbij een magneet zijn magnetisme definitief verliest.

Lees verder →
STABILITEIT

Coërciviteit van magneten

De eigenschap die bepaalt hoeveel warmte een magneet verdraagt.

Lees verder →
TEMPERATUUR

Invloed van temperatuur op houdkracht

Hoeveel kracht je tijdelijk kwijtraakt en hoe je daar marge voor inbouwt.

Lees verder →
Omkeerbaar temperatuurverlies
Tijdelijke afname van de remanentie zolang de magneet warm is, bij neodymium circa 0,11 % per graad. Herstelt volledig na afkoelen.

Onomkeerbaar verlies
Blijvende afname na overschrijding van de werktemperatuur. Treedt eenmalig op en is met hermagnetiseren te herstellen, niet met afkoelen.

Werkpunt
De plek op de ontmagnetisatiecurve waar een magneet zich bevindt, bepaald door zijn vorm en zijn omgeving. Hoe platter de magneet, hoe ongunstiger dat punt en hoe lager zijn werkelijke temperatuurgrens.

Technisch team MagneetjesWinkel.nl
De informatie op deze pagina is zorgvuldig samengesteld door het technisch team van MagneetjesWinkel.nl. Zo ben je verzekerd van betrouwbare en actuele informatie over magneten en hun toepassingen.

Laatst bijgewerkt: 8 september 2026