Magnetiseren – wat gebeurt er fysisch in een magneet?

Kort antwoord:
Magnetiseren dwingt de magnetische domeinen in een materiaal in dezelfde richting. Voor neodymium is daar een veld van circa 3 tesla voor nodig, ruim tien keer wat een sterke magneet zelf aan zijn oppervlak levert.

Waarom:
De domeinen zitten verankerd in de kristalstructuur en moeten worden losgetrokken. Hoe hoger de coërciviteit van het materiaal, hoe steviger die verankering en hoe sterker het magnetiseerveld moet zijn.

Een magneet komt ongemagnetiseerd uit de oven. Pas aan het eind van het productieproces krijgt hij in een fractie van een seconde zijn veld, en daarna verandert er in principe niets meer. Hieronder staat wat er in dat moment gebeurt, waarom het proces geleidelijk verloopt en niet als een schakelaar, en waarom een verzwakte magneet in theorie te herstellen is maar in jouw werkplaats niet.

Domeinen die op één lijn worden gedwongen

In een ferromagnetisch materiaal zijn de magnetische momenten van atomen al gegroepeerd in domeinen. Binnen zo'n domein wijst alles dezelfde kant op, maar de domeinen onderling staan willekeurig. Netto meet je dan niets.

Magnetiseren verandert die situatie op twee manieren tegelijk. Domeinen die gunstig liggen groeien ten koste van hun buren doordat de wand ertussen verschuift, en domeinen die ongunstig liggen klappen als geheel om. Het eerste kost weinig energie, het tweede veel. Daarom verloopt magnetiseren niet gelijkmatig: eerst gaat het snel, daarna steeds moeizamer.

Wat er in de fabriek gebeurt

Het magnetiseren zelf duurt milliseconden. Een magnetiseerinstallatie laadt condensatorbanken op en ontlaadt die in één klap door een spoel die om de magneet heen zit. Die stroompuls loopt in de duizenden ampères en bouwt kortstondig het veld op dat nodig is om te verzadigen.

Staafdiagram met de veldsterkte die nodig is om verschillende magneetmaterialen te verzadigen, van 0,3 tesla voor AlNiCo tot 4 tesla voor samarium-kobalt, met neodymium op circa 3 tesla
Neodymium vraagt ongeveer drie keer zijn eigen coërciviteit om volledig te verzadigen. De bovenste balk laat zien wat een sterke losse magneet aan zijn oppervlak levert — dat is niet in dezelfde orde van grootte.

De spoel moet bovendien op de vorm van de magneet zijn ontworpen. Zo worden rotoren voor elektromotoren in één handeling meerpolig gemagnetiseerd, met noord- en zuidpolen afwisselend rond de omtrek. Dat is niet iets wat je achteraf nog even corrigeert; de polenverdeling ligt vast op het moment van de puls.

Waarom doe-het-zelf her-magnetiseren mislukt

Hier moet een misverstand weg dat ook wij lang hebben laten staan: het is niet zo dat her-magnetiseren niet werkt. Een magneet die door hitte onomkeerbaar is verzwakt, kan met een voldoende sterk veld gewoon weer op zijn oorspronkelijke sterkte worden gebracht. Het materiaal is niet beschadigd, alleen de uitlijning is verstoord.

Het probleem is de drempel. Een losse magneet, hoe sterk ook, levert aan zijn oppervlak een paar honderd millitesla. Je hebt er ongeveer tien keer zoveel nodig. Een magneet tegen een verzwakte magneet aanhouden doet dus niets, ongeacht hoe lang je wacht.

Half gemagnetiseerd is erger dan niet
Neodymium geleidt elektrische stroom, en dat maakt het lastig. Een snel wisselend veld wekt wervelstromen op in de magneet die het veld naar buiten duwen, waardoor de puls de kern niet bereikt. Krijg je met een zelfbouwspoel wel iets voor elkaar, dan magnetiseer je alleen de buitenste laag. De magneet lijkt hersteld en meet zelfs meer, maar hij is niet meer bestand tegen een tegenveld en zakt in bij de eerste serieuze belasting. Dat is precies waarom die pogingen "even lijken te werken".

Verzadiging: de bovengrens

Zodra vrijwel alle domeinen dezelfde kant op wijzen is het materiaal verzadigd, en levert een sterker veld nauwelijks nog extra magnetisatie. Dat punt bepaalt de maximale sterkte van dat materiaal, en het is de reden dat N52 het huidige plafond van de gangbare klassen vormt. Hetzelfde verschijnsel speelt bij het staal waar je magneet tegenaan zit; dat staat bij magnetische verzadiging van staal.

Belangrijk detail voor de fabricage: wordt de verzadigingsveldsterkte niet gehaald, dan is de magneet daarna niet ontmagnetiseringsbestendig. Hij heeft dan wel remanentie gewonnen, maar verliest die weer bij de eerste belasting. Bij goedkope, in bulk gemagnetiseerde magneten is dit een van de verklaringen voor het onverwacht snelle krachtverlies dat mensen soms melden.

Wat er overblijft als het veld weg is

Na de puls valt de magnetisatie deels terug, maar niet naar nul. Wat overblijft is de remanentie, en hoe stevig die vastzit wordt bepaald door de coërciviteit. Die twee samen tekenen de hysteresekromme, waar het hele gedrag van een permanente magneet in af te lezen is; die staat getekend bij magnetische hysterese en remanentie.

Dat verband verklaart ook waarom materialen die makkelijk te magnetiseren zijn, hun magnetisatie makkelijk kwijtraken. Ferriet verzadigt bij circa 1 tesla en is daarom eenvoudig te magnetiseren; AlNiCo al bij 0,3 tesla, en dat is precies waarom AlNiCo zo gevoelig is voor een tegenveld. De keerzijde van makkelijk magnetiseren staat uitgewerkt bij coërciviteit van magneten.

Temperatuur tijdens en na het magnetiseren

Warmte maakt de thermische bewegingen sterker, waardoor domeinen makkelijker van richting veranderen. Dat werkt twee kanten op: magnetiseren gaat bij hogere temperatuur iets makkelijker, maar de magnetisatie blijft er ook minder goed zitten. In de praktijk telt vooral dat tweede; zie demagnetisering door hitte.

Boven de Curie-temperatuur verdwijnt de magnetisatie volledig. Anders dan vaak wordt beweerd is opnieuw magnetiseren daarna in principe gewoon mogelijk — het materiaal is niet veranderd. Wat het onherstelbaar maakt is oxidatie: gesinterd NdFeB tast in lucht al ruim onder die temperatuur aan, en dan is er geen materiaal meer om te magnetiseren.

Eerst uitsluiten dat er iets anders aan de hand is

Voordat je concludeert dat je magneet magnetisme heeft verloren, is het de moeite waard om te controleren of dat wel zo is. Blijvend krachtverlies is zeldzaam. Een luchtspleet van een halve millimeter halveert de kracht al, dun plaatstaal geeft het veld niet door, en een schuivende belasting laat maar 15 tot 20 % van de trekkracht over. Die verklaringen komen veel vaker voor dan echt krachtverlies, en ze staan op een rij bij waarom werkt mijn magneet niet.

Meer leren over magnetiseren en materiaalgedrag?

Gedrag

Hysterese en remanentie

Waarom magnetisatie niet volledig verdwijnt na het wegnemen van het veld.

Lees uitleg
Stabiliteit

Coërciviteit

Hoe goed een magneet weerstand biedt tegen ontmagnetiseren.

Bekijk artikel
Grens

Magnetische verzadiging

Wanneer extra magnetiseren nog maar weinig extra effect geeft.

Lees verder
Praktisch

Her-magnetiseren

Wanneer opnieuw magnetiseren zin heeft en welke apparatuur daarvoor nodig is.

Bekijk uitleg
Magnetiseren
Het uitlijnen van magnetische domeinen onder invloed van een extern veld, waardoor een blijvend magnetisch veld ontstaat. Gebeurt met een stroompuls door een spoel, in milliseconden.

Verzadigingsveldsterkte
Het veld dat nodig is om vrijwel alle domeinen uit te lijnen. Bij neodymium circa 3 tesla, bij ferriet circa 1 tesla, bij AlNiCo circa 0,3 tesla.

Wandverplaatsing
Het groeien van gunstig georiënteerde domeinen ten koste van hun buren. Kost minder energie dan het volledig omklappen van een domein, en verklaart waarom magnetiseren geleidelijk verloopt.

Wervelstroom
Kringstroom die in geleidend materiaal ontstaat bij een snel wisselend veld en die dat veld tegenwerkt. Reden dat een te korte magnetiseerpuls alleen de buitenkant bereikt.

Technisch team MagneetjesWinkel.nl
De informatie op deze pagina is zorgvuldig samengesteld door het technisch team van MagneetjesWinkel.nl. Zo ben je verzekerd van betrouwbare en actuele informatie over magneten en hun toepassingen.

Laatst bijgewerkt: 8 september 2026