Magnetische fluxdichtheid: wat het B-veld zegt over magneten en metingen
Kort antwoord:
Magnetische fluxdichtheid (B) geeft aan hoe sterk een magnetisch veld op een bepaalde plek is, uitgedrukt in tesla. Aan het oppervlak van een losse neodymium magneet meet je doorgaans 200 tot 500 mT, terwijl het datablad een remanentie van rond 1300 mT vermeldt.
Waarom:
De remanentie geldt in een gesloten magnetisch circuit. Zodra de magneet los in de lucht ligt, zakt het veld direct naar een veel lagere waarde die afhangt van de vorm. Beide getallen zijn correct; ze meten alleen niet hetzelfde.
Fluxdichtheid is de grootheid waarmee je een magnetisch veld op een concrete plek beschrijft. Het is ook de grootheid waar de meeste verwarring omheen hangt, omdat er drie verschillende getallen in tesla circuleren die iets anders betekenen. Hieronder staat wat B precies is, wat je in de praktijk meet, en waarom een opgegeven gauss-waarde in een advertentie zelden iets zegt.
Wat fluxdichtheid is, en hoe het zich verhoudt tot H
De fluxdichtheid B beschrijft hoeveel magnetische flux er door een oppervlak gaat en in welke richting. Het is een vectorgrootheid: B heeft een grootte én een richting, en dat tweede wordt bij metingen vaak vergeten.
B verschilt van de veldsterkte H. Het verband is B = μ₀(H + M), waarbij M de magnetisatie van het materiaal is. In lucht is M nul en zijn B en H recht evenredig; in ijzer telt de magnetisatie van het materiaal zelf mee en kan B vele malen groter zijn bij dezelfde H. Dat is meteen de reden waarom een magneet op dik staal anders presteert dan op aluminium: het staal doet mee in het magnetisch circuit, het aluminium niet.
Drie getallen die allemaal in tesla staan
Hier ontstaat het misverstand. Bij een neodymium magneet kom je deze waarden tegen, en ze verschillen een factor vijf:
| Waarde | Grootte | Wat het beschrijft |
|---|---|---|
| Remanentie Br | circa 1300 mT | Materiaaleigenschap, geldt in een gesloten circuit. Staat op het datablad. |
| Veld aan het oppervlak | circa 290 mT | Wat een gaussmeter tegen het midden van de magneet aanwijst. |
| Veld op 5 mm afstand | circa 170 mT | Wat er overblijft door een dun deurtje of een laagje materiaal. |
De vorm bepaalt hoe groot dat gat is. Een lange staafmagneet komt aan zijn pool dichter bij zijn remanentie dan een platte schijf, omdat het interne tegenveld kleiner is. Twee magneten van hetzelfde materiaal en hetzelfde volume kunnen dus heel verschillende oppervlaktewaarden geven — zonder dat er met een van beide iets mis is.
Waarom een opgegeven gauss-waarde weinig waard is
Op marktplaatsen en bij goedkope aanbieders wordt vaak een "surface gauss" genoemd, en die getallen zijn onderling niet vergelijkbaar. Er bestaat geen norm voor waar je meet. Aan de rand van een schijf meet je een hogere waarde dan in het midden. Een sonde die 1 mm van de magneet af zit geeft bij een kleine magneet al tientallen procenten minder. En sommige aanbieders vermelden simpelweg de remanentie uit het datablad en noemen dat het oppervlakteveld, wat het getal in één klap ruim vier keer zo indrukwekkend maakt.
Wij noemen daarom geen gauss-waarden bij onze producten en dat is een bewuste keuze: het getal nodigt uit tot een vergelijking die het niet kan dragen. Wie twee magneten wil vergelijken heeft meer aan de afmetingen en de N-waarde, en wie wil weten of iets blijft hangen heeft aan geen van beide iets — dan telt het tegenstuk. Overweeg je een gaussmeter aan te schaffen om je magneten te controleren: voor bevestigingstoepassingen is dat weggegooid geld. Een keukenweegschaal en een stuk staal vertellen je meer.
Leg de sonde altijd op dezelfde plek en op dezelfde afstand, en noteer welke dat is. Zonder die twee gegevens is een meetwaarde niet te herhalen en dus niet te vergelijken — ook niet met je eigen meting van vorige week. Hall-sondes meten bovendien puntsgewijs; één meting zegt niets over de rest van het oppervlak.
Waar fluxdichtheid wél de bepalende grootheid is
In toepassingen waar de magneet niet vasthoudt maar iets aanstuurt, is B precies het getal dat telt. Een reedcontact schakelt bij een bepaalde fluxdichtheid, doorgaans ergens tussen 1 en 5 mT. Een Hall-sensor geeft een spanning die evenredig is met B. Bij dat soort onderdelen staat in het datablad een schakelwaarde in millitesla, en dan moet je weten wat je magneet op die afstand levert — niet hoeveel kilo hij houdt.
In motoren, generatoren en transformatoren speelt B een andere rol: daar bepaalt de verzadiging van het kernmateriaal de bovengrens. Gewoon transformatorstaal verzadigt rond 1,5 tot 2 T, en boven dat punt levert meer stroom door de spoel vrijwel geen extra flux meer op. Dat verzadigingsgedrag is ook de reden waarom een dunne staalplaat een sterkere magneet niet kan doorgeven, wat je merkt bij veldsterkte en trekkracht.
Ter ijking van je gevoel voor de schaal: het aardmagnetisch veld ligt tussen 25 en 65 µT, een koelkastmagneetje op enkele millitesla, de schijf uit de grafiek hierboven op 290 mT, en een klinische MRI-scanner op 1,5 tot 3 T — vijf ordes van grootte tussen het zwakste en het sterkste voorbeeld.
Wat je hieraan hebt bij gewone magneten
Voor bevestiging is fluxdichtheid vooral een verklaringsmodel en geen rekengrootheid. Het verklaart waarom een laklaag van een halve millimeter zoveel scheelt: het veld loopt in dat gebied het steilst terug. Het verklaart ook waarom dieper in het materiaal doorlopen weinig oplevert — op 10 mm is er van die 290 mT nog 81 mT over, en op 20 mm 22 mT.
Wil je van meetwaarde naar praktijk, dan is de houdkracht in kilo's het bruikbaardere aanknopingspunt, mits je weet hoe die tot stand komt. Dat staat bij waarom houdkracht in kilo's vooral een vergelijkingspunt is, en het omrekenen naar wat je nodig hebt bij trekkracht bepalen. Hoe de polen bij verschillende vormen liggen — bepalend voor waar je überhaupt moet meten — staat in magnetiseringsrichting.
Meer over magnetische velden en gedrag
Veldsterkte en trekkracht
Waarom veldsterkte en ervaren houdkracht niet hetzelfde zijn.
Lees verder →De juiste magneet kiezen
Praktische hulp bij het kiezen van de juiste magneet.
Lees verder →De hoeveelheid magnetische flux per oppervlakte-eenheid, in tesla, met zowel een grootte als een richting.
Remanentie (Br)
De fluxdichtheid die in het materiaal achterblijft in een gesloten circuit. Een materiaalwaarde uit het datablad, niet wat je aan het oppervlak meet.
Oppervlakteveld
De fluxdichtheid gemeten tegen de magneet aan. Hangt af van vorm en meetpositie en ligt altijd onder Br.
Gauss
Oudere eenheid voor fluxdichtheid: 1 tesla is 10.000 gauss. Nog gangbaar in productomschrijvingen, waar de meetcondities meestal ontbreken.
Dit artikel hoort bij het onderwerp Magnetisme & fysica · bekijk ook de categorie neodymium magneten
Technisch team MagneetjesWinkel.nl
De informatie op deze pagina is zorgvuldig samengesteld door het technisch team van MagneetjesWinkel.nl. Zo ben je verzekerd van betrouwbare en actuele informatie over magneten en hun toepassingen.
Laatst bijgewerkt: 8 september 2026
Veelgestelde vragen over magnetische fluxdichtheid
Het geeft aan hoe sterk en in welke richting een magneetveld werkt. Je kunt het zien als de “dichtheid” van de krachtlijnen van een magneet.
Met een gaussmeter of teslameter. Deze meet de sterkte van het veld en drukt dit meestal uit in Tesla (T) of Gauss (G).
Je vindt het in elektromotoren, transformatoren, luidsprekers en zelfs in medische apparatuur zoals MRI-scanners. Het speelt een rol in veel technologieën die we dagelijks gebruiken.