Is goud magnetisch? Feiten en fictie
Kort antwoord:
Puur goud wordt niet door een magneet aangetrokken. Blijft een voorwerp aan een magneet hangen, dan zit er ijzer of nikkel in en is het geen puur goud. Andersom bewijst uitblijvende reactie niets.
Waarom:
Goud is diamagnetisch: het heeft geen magnetische ordening waar een magneet op kan aangrijpen. Maar de metalen waarmee goud wordt nagemaakt, zijn dat meestal evenmin.
De magneettest is de bekendste snelle controle op sieraden, munten en vondsten. Hij is ook nuttig, maar in één richting: hij kan iets uitsluiten, niet bevestigen. Wie dat omdraait, komt bedrogen uit.
Hieronder staat wat er werkelijk gebeurt, welke test wél iets toevoegt, welke vervalsing een magneet nooit vindt, en waarom een echt gouden ketting soms tóch aan een magneet blijft hangen. Voor het bredere beeld zie welke metalen niet magnetisch zijn.
Waarom goud niet reageert
Goud is diamagnetisch. In een magnetisch veld wekt het een uiterst zwak tegengesteld veld op, wat een minieme afstoting geeft die je zonder laboratoriumapparatuur niet waarneemt. Er zijn geen magnetische domeinen die zich kunnen uitrichten, zoals bij ijzer, nikkel en kobalt wel gebeurt.
Een gouden ring, munt of staaf beweegt dus niet als je er een magneet bij houdt, ook niet bij een sterke neodymium magneet. Waarom sommige metalen wél reageren staat bij hoe werkt een magneet.
Wat de magneettest wél betrouwbaar aantoont
Blijft een voorwerp duidelijk hangen, dan bevat het ijzer, staal of nikkel. Dat is een harde uitkomst en verre van nutteloos: goedkope sieraden met een stalen kern, verguld kostuumwerk en grove vervalsingen vallen er meteen door de mand. Voor dat doel is de test in twee seconden gedaan.
Bij goudlegeringen ligt het genuanceerder. Puur goud van 24 karaat is zacht en wordt daarom gemengd met andere metalen. Wordt daarbij nikkel gebruikt, zoals bij sommige soorten witgoud, dan kan een echt gouden sieraad een zwakke reactie geven. Een lichte aantrekking betekent dus niet automatisch dat er geen goud in zit.
Test nooit op het slotje
Dit is de meest voorkomende oorzaak van een verkeerde conclusie. Ook bij een volledig echte gouden ketting of armband zijn de sluiting, het veertje en de scharnierpen vaak van staal, simpelweg omdat goud te zacht is voor een mechanisme dat dagelijks belast wordt. Houd je daar een magneet tegenaan, dan reageert het sieraad, terwijl er niets mis is.
Test daarom altijd op het lijf van het sieraad: de schakels, de ring zelf, het vlakke deel van een hanger. Reageert alleen de sluiting en de rest niet, dan is dat juist een normaal beeld.
De vervalsing die een magneet nooit vindt
Wolfraam is niet de meest voorkomende vervalsing, maar wel de gevaarlijkste, omdat het precies de twee tests omzeilt die mensen thuis doen.
Een kern van wolfraam met een laagje echt goud eromheen is niet magnetisch, dus de magneettest ziet er niets van. En de dichtheid van wolfraam is 19,25 gram per kubieke centimeter tegen 19,3 voor goud, waardoor ook de gewichts- en dichtheidstest niets oplevert. Dat verschil is zo klein dat je het met een keukenweegschaal en een maatbeker nooit vaststelt.
Deze constructie kom je vooral tegen bij baren en beleggingsmunten, waar de dichtheidstest de gebruikelijke controle is en de vervalser daar dus gericht omheen werkt. Bij sieraden is de gangbare namaak eenvoudiger: verguld messing of verguld zilver. Die worden juist wél gevonden, want messing weegt met 8,5 en zilver met 10,5 gram per kubieke centimeter niet in de buurt van goud.
De schuiftest: de enige magneettest die iets toevoegt
Er is wel een variant die verder komt dan aantrekken of niet. Goud geleidt uitzonderlijk goed elektrisch, en dat kun je met een magneet zichtbaar maken.
Leg het voorwerp onder een hoek van ongeveer 45 graden en laat een sterke neodymium magneet erlangs glijden. Bij echt goud wekt de bewegende magneet wervelstromen in het metaal op, en die remmen hem af: de magneet zakt merkbaar traag naar beneden, alsof hij door stroop gaat. Dat is hetzelfde verschijnsel als een magneet die langzaam door een koperen buis valt; zie werkt een magneet op koper.
Wolfraam geleidt aanzienlijk slechter dan goud: ongeveer 18 tegen 41 megasiemens per meter, een factor 2,3. Een wolfraamkern met goudlaagje remt de magneet dus veel minder af. Daarmee vindt de schuiftest precies de vervalsing die de gewone magneettest mist.
Zo doe je de schuiftest
Gebruik een sterke, platte neodymium magneet; een koelkastmagneet levert te weinig veld voor een zichtbaar effect. Kantel het voorwerp en laat de magneet over een schoon, vlak deel glijden. Vergelijk het resultaat met een stuk waarvan je zeker weet dat het echt is, want de test is kwalitatief en geen meting. Werk boven een zachte ondergrond, zodat er niets beschadigt als de magneet losschiet.
Leg bij verzamelstukken een dun vel papier tussen magneet en goud. Goud van hoog karaat is zacht, en een neodymium magneet die er rechtstreeks overheen schuift kan zichtbare krassen achterlaten. Bij een baar of munt met verzamelwaarde is dat direct waardeverlies.
Welke test vindt welke vervalsing?
Geen enkele test volstaat alleen. De kracht zit in de combinatie, omdat elke vervalsing een andere zwakke plek heeft.
Een kern van staal of ijzer wordt door de magneettest gevonden. Verguld messing en verguld zilver vallen door de mand bij de dichtheidstest, doordat hun soortelijk gewicht ver onder dat van goud ligt. En een wolfraamkern, die beide doorstaat, verraadt zich alleen via de geleidbaarheid.
Eén randgeval maakt goed zichtbaar waarom je de tests naast elkaar moet leggen: zilver geleidt met ongeveer 63 megasiemens per meter juist béter dan goud. Een zilveren kern zou de schuiftest dus glansrijk doorstaan. Dat die vervalsing toch kansloos is, komt puur doordat de dichtheid hem meteen ontmaskert.
Kijk ook naar het keurmerk
Een controle die niets kost en vaak wordt overgeslagen: in Nederland moeten gouden voorwerpen boven een bepaald gewicht een wettelijk waarborgstempel dragen, aangebracht door een erkend waarborginstituut. Dat stempel staat meestal op de sluiting, aan de binnenkant van een ring of op de rand van een hanger.
Een keurmerk is geen sluitend bewijs, want ook stempels worden vervalst. Maar het ontbreken ervan bij een sieraad dat in Nederland als goud wordt verkocht, is een serieus signaal. Neem het mee als extra aanwijzing naast de magneet, niet in plaats daarvan.
Ook de schuiftest is geen bewijs
De remming hangt af van geleidbaarheid, en die daalt sterk zodra goud is gelegeerd. Op een 14-karaats ring zie je veel minder effect dan op een 24-karaats staaf, dus voor sieraden is de test maar beperkt bruikbaar. Bovendien is het een vergelijking op het oog, geen getal.
Gaat het om een bedrag dat ertoe doet, laat het dan professioneel bepalen. Houd daarbij één beperking in gedachten: röntgenfluorescentie meet alleen de buitenste laag van het materiaal, dus bij een dikke goudlaag over een vreemde kern kan ook die methode misleiden. Ultrasoon onderzoek of een geleidbaarheidsmeter kijkt dieper. Een magneet is een eerste zeef, meer niet.
Wat niet-reageren níet betekent
Blijft de reactie uit, dan zegt dat op zichzelf weinig. Koper, messing, aluminium, wolfraam, lood, titanium en de meeste soorten roestvast staal reageren ook niet of nauwelijks. Zie werkt een magneet op aluminium voor een vergelijkbaar geval waar dezelfde verwarring speelt.
De praktische conclusie is dus asymmetrisch: aantrekking is een betrouwbaar nee, uitblijvende aantrekking is geen ja.
Welke magneet gebruik je hiervoor?
Voor de eenvoudige aantrekkingstest volstaat elke neodymium magneet; er is weinig kracht nodig om ijzer of staal te herkennen. Handig is een compacte magneet die je bij je draagt, bijvoorbeeld aan je sleutelbos, zodat je op een markt of bij een verkoper meteen kunt kijken.
Voor de schuiftest heb je meer veld nodig, want het remmende effect moet zichtbaar zijn. Een grotere, platte blokmagneet werkt daar beter, omdat die een breder veld over het oppervlak beweegt. Hoe je sterkte inschat staat bij hoe sterk moet een magneet zijn. Zie je helemaal geen reactie terwijl je die wel verwacht, dan is waarom werkt mijn magneet niet een logische volgende stap.
Verder lezen over metalen en magnetisme
Welke metalen zijn niet magnetisch?
Welke metalen wel en niet op een magneet reageren, en waarom.
Lees verder →Werkt een magneet op koper?
Waarom koper niet hecht maar wel een magneet afremt.
Lees verder →Werkt een magneet op aluminium?
Waarom aluminium niet magnetisch is en waar de verwarring vandaan komt.
Lees verder →Waarom sommige munten magnetisch zijn
Wat de samenstelling van munten zegt over hun reactie op een magneet.
Lees verder →Een zeer zwakke afstoting die ontstaat wanneer een materiaal in een magnetisch veld een tegengesteld veld opwekt. Goud, koper en zilver zijn diamagnetisch; zonder meetapparatuur merk je er niets van.
Wervelstromen
Kringstromen die ontstaan in een goed geleidend metaal wanneer er een magneet langs beweegt. Ze werken de beweging tegen en remmen de magneet af, zonder dat er sprake is van aantrekking.
Wolfraam
Het metaal waarmee hoogwaardige goudvervalsingen worden gemaakt, omdat de dichtheid vrijwel gelijk is aan die van goud. Het is niet magnetisch, maar geleidt met circa 18 MS/m veel slechter dan goud met circa 41 MS/m.
Dichtheid
De massa per volume-eenheid, in gram per kubieke centimeter. Goud 19,3; wolfraam 19,25; zilver 10,5; messing 8,5. Het verschil met goud is bij alles behalve wolfraam groot genoeg om thuis vast te stellen.
Dit artikel hoort bij het cluster Metalen & magnetisme binnen de categorie Grondstoffen & magneettypes.
Technisch team MagneetjesWinkel.nl
De informatie op deze pagina is zorgvuldig samengesteld door het technisch team van MagneetjesWinkel.nl. Zo ben je verzekerd van betrouwbare en actuele informatie over magneten en hun toepassingen.
Laatst bijgewerkt: 25 augustus 2026