N-waarde bij neodymium magneten: wat zegt dit over kracht en kwaliteit?
Kort antwoord:
De N-waarde geeft de magnetische energie per volume aan die een neodymium magneet kan leveren. Bij exact hetzelfde formaat levert N52 ongeveer de helft meer kracht dan N35 — niet het dubbele. Over kwaliteit zegt het getal niets: N52 is een sterkteklasse, geen keurmerk voor coating, maatvoering of afwerking.
Waarom:
De N-waarde is gebaseerd op het maximale energieproduct (BHmax) van het materiaal. Dat is de potentie van het materiaal, niet de houdkracht in jouw toepassing. Formaat, tegenstuk en afstand wegen in de praktijk zwaarder.
De N-waarde is een eigenschap van het magneetmateriaal zelf. Handig om magneten van gelijk formaat te vergelijken, maar het is niet de factor die bepaalt of jouw bordje blijft hangen. Hieronder staan de getallen achter N35, N42 en N52, wat de sprong tussen die klassen werkelijk oplevert, en waar een hogere N-waarde je geld niet waard is.
Wat is de N-waarde van een neodymium magneet?
De N-waarde is een materiaalclassificatie voor NdFeB (neodymium-ijzer-boor) en verwijst naar het maximale energieproduct (BHmax), uitgedrukt in MGOe. Het getal is de ondergrens: N42 betekent dat het materiaal minimaal 40 MGOe haalt en in de band tot 42 valt. Belangrijker voor wat je merkt is de remanentie (Br), want die bepaalt hoeveel veld er uit het oppervlak komt. De twee lopen gelijk op — BHmax schaalt ruwweg met Br in het kwadraat — maar het onderscheid verklaart waarom een sprong van zeven punten in N-waarde geen sprong van zeven punten in kilo's oplevert.
| Klasse | BHmax (MGOe) | BHmax (kJ/m³) | Remanentie Br (T) | Relatieve kracht |
|---|---|---|---|---|
| N35 | 33–35 | 263–279 | 1,17–1,21 | 100 % |
| N38 | 36–38 | 287–303 | 1,22–1,26 | 107 % |
| N42 | 40–42 | 318–334 | 1,29–1,32 | 120 % |
| N45 | 43–45 | 342–358 | 1,32–1,37 | 129 % |
| N48 | 45–48 | 358–382 | 1,37–1,42 | 137 % |
| N52 | 48–53 | 380–422 | 1,42–1,47 | 149 % |
De kolom "relatieve kracht" is de verhouding bij precies hetzelfde formaat, met N35 als 100 %. De klassen zijn banden, geen vaste punten: twee magneten die allebei terecht N42 heten kunnen enkele procenten in Br verschillen. Daarom vind je op productpagina's marges en geen schijnprecieze getallen. Van N42 naar N45 win je op papier zo'n 7 % — dat valt grotendeels binnen de spreiding van de klassen zelf en voel je met de hand niet.
Formaat wint het bijna altijd van de klasse
Houdkracht schaalt bij gelijkblijvende vorm ongeveer met het volume. Maak je een schijfmagneet in alle richtingen 15 % groter — van 20×5 mm naar 23×5,75 mm — dan is het volume 1,52 keer zo groot. Dat is meer winst dan de hele sprong van N35 naar N52, en meestal goedkoper. Heb je 3 mm speling in je constructie, kies dan de grotere magneet in een gewone klasse in plaats van dezelfde maat in N52.
Een hogere N-waarde is dus vooral interessant wanneer de ruimte vastligt: een frees in een deurtje, een sluiting in een leren flap, een sensoropstelling waar de diameter door de behuizing wordt bepaald. Daar koop je met de klasse iets wat je met geometrie niet meer kunt oplossen. Compacte schijfmagneten zijn om die reden het formaat waar de klassekeuze het vaakst echt uitmaakt.
Ligt de inbouwmaat vast? Kijk dan naar de N-waarde. Is er ruimte over? Kies groter en negeer de klasse. Zit er iets tussen de magneet en het staal, of belast je schuivend? Dan lost geen van beide je probleem op — dan moet het tegenstuk of de montage anders.
Waar N52 je geld niet waard is
Op een whiteboard, een koelkastdeur of dun plaatstaal levert een hogere klasse nauwelijks iets op. Die plaat is doorgaans 0,5 tot 0,8 mm dik en raakt magnetisch verzadigd: hij kan het extra veld niet meer geleiden. Je betaalt dan voor prestatie die het tegenstuk weggooit. Wij zien dat in de winkel in Ede regelmatig terug — iemand komt de sterkste magneet halen omdat de vorige eraf viel, terwijl het probleem de dunne achterwand van de kast is en niet de magneet.
Er is nog een reden om N52 te laten liggen: wij houden voor N52 een maximum van 65 °C aan, waar N35 tot en met N48 tot 80 °C gaan. In een auto, op een zolder of tegen een zonnige gevel is de sterkste magneet dus juist de eerste die inzakt. Waarom wij op 65 °C uitkomen terwijl veel datasheets 80 °C noemen, lees je verderop bij temperatuur.
Hetzelfde geldt zodra er afstand in het spel is. Bij een luchtspleet van 1 mm valt de kracht van een kleine schijfmagneet al terug tot ruwweg de helft; bij 2 mm blijft er van een 10×2 mm schijf vrijwel niets bruikbaars over. Een klasse hoger compenseert dat niet. Een grotere magneet, een dikker tegenstuk of het wegwerken van de tussenlaag wel.
N52 wordt vaker geadverteerd dan geleverd. De klasse is een materiaalspecificatie die je aan het product niet kunt zien en die alleen met een meetrapport hard te maken is. Bij een opvallend lage prijs voor "N52" kan het materiaal best een lagere klasse zijn, en zonder meetrapport kun je dat niet nagaan. Voor het eindresultaat scheelt dat minder dan je zou denken — maar je betaalt wel voor iets anders dan je krijgt.
Temperatuur: de klasse zegt niet alles
Er lopen twee verliezen door elkaar en dat veroorzaakt de meeste verwarring. Het eerste is omkeerbaar: de remanentie zakt met ongeveer 0,12 % per graad. Bij 60 °C levert een magneet dus circa 4 à 5 % minder, en dat komt na afkoelen volledig terug. Dat wordt soms als defect gemeld. Dat is het niet.
Het tweede verlies is blijvend en treedt op zodra het werkpunt van de magneet onder de knik in de ontmagnetisatiecurve zakt. Dat hangt af van de vorm, niet alleen van het materiaal. Een schijf van 20×2 mm heeft een veel ongunstiger verhouding tussen dikte en diameter dan een schijf van 20×10 mm, en verliest daardoor bij dezelfde temperatuur eerder onomkeerbaar kracht — bij precies hetzelfde materiaal. Een opgegeven maximum van 80 °C geldt voor een gunstige geometrie. Voor dunne schijven en ringen houd je in de praktijk liever 20 tot 30 °C marge aan.
| Toevoeging | Max. werktemperatuur | Hoogste klasse (Arnold – DMEGC) |
|---|---|---|
| (geen) | circa 80 °C, bij N50 en N52 circa 65 °C | N55 |
| M | circa 100 °C | N48M – N55M |
| H | circa 120 °C | N50H – N55H |
| SH | circa 150 °C | N48SH – N55SH |
| UH | circa 180 °C | N45UH – N52UH |
| EH | circa 200 °C | N40EH – N50EH |
| AH | circa 230 °C | N35AH – N45AH |
N55 is de hoogst haalbare klasse zonder letter; die zie je vooral in industriële toepassingen. Uit die laatste kolom volgt het punt dat meestal wordt overgeslagen: hoge N-waarde en hoge temperatuurbestendigheid gaan slecht samen. Met korrelgrensdiffusie, waarbij dysprosium of terbium alleen langs de korrelgrenzen van het materiaal wordt ingebracht, worden inmiddels ook N52M, N52H en N52SH gemaakt. DMEGC heeft zelfs N55M, N55H en N55SH in de standaardcatalogus. Vanaf UH zakt de hoogste klasse naar N45 tot N52, en bij AH naar N35 tot N45. Wie compact én hittebestendig nodig heeft, moet kiezen, of uitwijken naar SmCo — dat heeft een lagere remanentie maar blijft tot boven de 300 °C bruikbaar. Voor het gedrag ver boven die grenzen, en waarom een magneet daar definitief onbruikbaar wordt, zie de Curie-temperatuur van magneten; bij NdFeB ligt die rond 310 tot 340 °C.
N52: 65 °C bij ons, 80 °C op veel datasheets
Zoek je N52 op bij een fabrikant of een andere webshop, dan staat er meestal 80 °C bij. Op onze productpagina's staat 65 °C. Beide getallen zijn in datasheets te vinden, want "N52" zegt iets over de kracht en weinig over hoe het materiaal tegen warmte kan. Dat wordt bepaald door de intrinsieke coërciviteit (HcJ): de weerstand tegen ontmagnetiseren die de fabrikant minimaal garandeert. Bij Dura Magnetics in de Verenigde Staten heeft N52 minimaal 12 kOe (955 kA/m) en staat hij in het overzicht tot 60 °C, maar op het datablad tot 80 °C. Het verschil zit in de vorm waarvoor dat getal geldt.
Beide waarden gelden alleen voor een gunstige vorm. Bij die 60 °C staat erbij dat de magneet minstens 0,7 keer zo hoog moet zijn als hij breed is, en ook de 80 °C is gerekend voor een gedrongen magneet. Onze N52-schijf van 8 × 6 mm voldoet daaraan (0,75), die van 5 × 2 mm (0,4) niet. Het artikel over demagnetisering door hitte laat met drie schijfmaten zien hoeveel graden de vorm kan schelen.
Dat N52 eerder afhaakt dan N45 van hetzelfde formaat, komt door zijn eigen kracht. N52 is sterker gemagnetiseerd (Br 1,42 tot 1,47 T, tegen 1,32 tot 1,37 T bij N45) en staat daardoor onder een sterker eigen tegenveld, terwijl de coërciviteit gelijk is of lager. Warmte trekt die coërciviteit met zo'n 0,7 % per graad omlaag: bij 65 °C is er ruim 30 % van af, bij 80 °C ruim 40 %.
Wij zetten daarom bij alle N52 die wij verkopen 65 °C, ook bij de 8 × 6 mm, die gunstiger van vorm is. Een plat N52-schijfje verkopen als bestand tegen 80 °C vinden wij niet eerlijk, en twee verschillende getallen voor dezelfde klasse maken het voor een klant alleen onduidelijker. Ook 65 °C is geen garantie: voor een schijfje als 5 × 2 mm houd je beter nog wat marge aan. Kom je in je toepassing in de buurt van 65 °C, neem dan geen N52 maar een N42 of N45 in een maat groter.
Wat de N-waarde niet zegt
De klasse gaat uitsluitend over het materiaal. Ze zegt niets over de maattolerantie (bij gesinterd NdFeB standaard ± 0,1 mm), niets over de coating en dus over de levensduur buiten of in vochtige ruimtes, en niets over de magnetisatierichting. Dat laatste is geen detail: een axiaal en een diametraal gemagnetiseerde ring van dezelfde afmeting en dezelfde klasse gedragen zich volstrekt verschillend. Hoe je die aanduidingen samen leest, leggen we uit bij de technische specificaties van een magneet.
Ook de opgegeven houdkracht in kilo's op productpagina's is een laboratoriumwaarde: vlak contact, schoon en dik staal, en een zuiver rechte trek. Verf, poedercoat, een kleine luchtspouw of een schuivende belasting halen daar in het echte gebruik zonder moeite de helft af. De onderliggende fysica van remanentie, coërciviteit en BHmax staat in het Handboek Neodymium.
Bronnen
Energieproduct en remanentie per klasse, bijvoorbeeld N35 33–35 MGOe en 1,17–1,22 T, N52 50–52 MGOe en 1,42–1,47 T: DMEGC, NdFeB-magneten, productcatalogus.
N52 bij gelijk formaat ongeveer anderhalf keer zo sterk als N35 (berekend uit de remanentie in het kwadraat en uit BHmax: 146 tot 150 %): DMEGC, NdFeB-magneten, productcatalogus.
Coërciviteit daalt met ongeveer 0,7 % per graad: Eclipse Magnetics, NdFeB Magnets / Neodymium Iron Boron Magnets Datasheet.
Maximale werktemperatuur per klasse: zonder letter 80 °C (N50 en N52 60 °C), M 100, H 120, SH 150, UH 180, EH 200 en AH 230 °C: Eclipse Magnetics, NdFeB Magnets / Neodymium Iron Boron Magnets Datasheet.
SmCo bruikbaar tot 250 à 350 °C: Arnold Magnetic Technologies, RECOMA Summary of main grades of SmCo5 and Sm2Co17.
Curietemperatuur van NdFeB 310 tot 365 °C: Arnold Magnetic Technologies, How to Select the Appropriate Permanent Magnet Material (TN 0205).
Omkeerbaar verlies van de remanentie bij de standaardklassen ongeveer 0,12 % per graad: Eclipse Magnetics, NdFeB Magnets / Neodymium Iron Boron Magnets Datasheet en Arnold Magnetic Technologies, Neodymium Iron Boron Magnet Catalog.
Dura N52 minimaal 12 kOe (955 kA/m), in het overzicht tot 60 °C bij een hoogte van minstens 0,7 keer de diameter, op het datablad tot 80 °C bij een permeantiecoëfficiënt van minimaal 2,2: Dura Magnetics, Neodymium Magnet Grades – NdFeB Chart en Dura Magnetics, Sintered Neodymium-Iron-Boron Magnets N52 (datablad).
Hoogste standaardklasse per temperatuurklasse (Arnold N55, N48M, N50H, N48SH, N45UH, N40EH, N35AH; DMEGC N55, N55M, N55H, N55SH, N52UH, N50EH, N45AH): Arnold Magnetic Technologies, Neodymium Iron Boron Magnet Catalog en DMEGC, NdFeB-magneten, productcatalogus.
Meer weten over eigenschappen en specificaties van magneten?
Technische specificaties van magneten
Begrijp aanduidingen zoals N-waarde, temperatuurklasse en coating beter.
Lees verder →Hoe sterk moet een magneet zijn?
Hoe houdkracht in de praktijk werkt en wat je echt nodig hebt.
Lees verder →Neodymium magneten
Meer over eigenschappen, toepassingen en verschillen binnen dit materiaal.
Bekijk assortiment →Aanduiding van het maximale energieproduct (BHmax) van een neodymium magneetmateriaal, in MGOe, en daarmee een maat voor de mogelijke magnetische prestatie per volume.
BHmax
Maximale hoeveelheid magnetische energie die een magneetmateriaal kan opslaan en afgeven.
Remanentie (Br)
De magnetische fluxdichtheid die overblijft nadat het magnetiserende veld is weggenomen, in tesla. Bepaalt hoeveel veld er uit het oppervlak komt.
Temperatuurklasse
Toevoeging zoals H, SH of UH die aangeeft tot welke temperatuur een neodymium magneet bruikbaar blijft zonder blijvend krachtverlies, bij een gunstige geometrie.
Intrinsieke coërciviteit (HcJ)
De weerstand van het magneetmateriaal tegen ontmagnetiseren, in kA/m of kOe. Neemt af naarmate de magneet warmer wordt.
Dit artikel hoort bij het onderwerp Neodymium.
Hans Huizenga
Oprichter van specialistische webshop MagneetjesWinkel.nl met fysieke winkel in Ede.
Laatst bijgewerkt: 16 oktober 2026