Hoeveel speling geef je een magneet in een 3D-print?
Kort antwoord:
Teken de uitsparing 0,2 mm ruimer dan de magneet als je hem lijmt of tijdens het printen inlegt, en hooguit 0,1 mm ruimer als hij erin moet klemmen. De magneet zelf kan 0,1 mm van zijn maat afwijken, een FDM-print 0,2 tot 0,5 mm. Een teststrip met vier gaten laat in een kwartier zien welke maat bij jouw printer past.
Waarom:
Een geprint gat valt bijna altijd kleiner uit dan getekend. De cirkel wordt bij het exporteren een veelhoek die binnen de lijn valt, het plastic krimpt bij afkoelen en een printer die iets te veel materiaal doorvoert, legt de wand dikker neer.
Een magneet van 5 mm in een gat van 5 mm: in je tekenprogramma past dat precies, uit de printer komt een gat waar je hem met een tang in moet drukken. Bij magneetjes van een paar millimeter is een tiende millimeter het verschil tussen erin vallen en de wand openscheuren.
Waar de tienden millimeters vandaan komen
Een STL-bestand bestaat uit platte vlakjes. Bij een rond gat liggen de hoekpunten op de getekende cirkel en de vlakjes ertussen erbinnen, dus het gat wordt kleiner naarmate je grover exporteert. Bij afkoelen krimpt het filament nog wat, en een kleine over-extrusie maakt de wand van het gat een fractie dikker.
Begint de uitsparing direct op het printbed, dan komt er olifantsvoet bij. De eerste 0,2 tot 0,4 mm van een print loopt iets uit door de warmte en de druk van de eerste laag, en daar is een gat op zijn krapst.
Ook de magneet heeft geen exacte maat. Gesinterd neodymium wordt geleverd met een maattolerantie van ±0,1 mm: een schijfje van 5 mm kan 4,9 of 5,1 mm zijn. Meet vijf magneten uit dezelfde zak na met een schuifmaat en ontwerp op de grootste.
Richtmaten voor de uitsparing
| Montage | Diameter uitsparing | Diepte uitsparing |
|---|---|---|
| Inleggen tijdens het printen | magneet + 0,2 mm | magneethoogte, naar boven afgerond op een hele laag, plus één laag |
| Achteraf lijmen met 2K-epoxy | magneet + 0,2 tot 0,3 mm | gelijk aan de magneethoogte |
| Achteraf erin drukken, zonder lijm | magneet + 0,0 tot 0,1 mm | gelijk aan de magneethoogte |
Een schijfje van 5 × 2 mm dat je tijdens het printen inlegt, met lagen van 0,2 mm, krijgt zo een uitsparing van Ø 5,2 × 2,2 mm. Die extra laag diepte is ruimte voor de nozzle als de printer verdergaat; hoe je de pauze instelt, staat bij magneten inbouwen tijdens het printen.
De waarden gaan uit van PLA of PETG met een nozzle van 0,4 mm. Ze zijn een startpunt. Twee printers met hetzelfde bestand kunnen een tiende verschillen, en een printer die 0,3 mm afwijkt maakt van een goede tabel een slechte.
Print eerst een teststrip
Teken een strip van 3 mm dik met vier gaten op je magneetmaat plus 0,0, 0,1, 0,2 en 0,3 mm, en print die met hetzelfde filament en dezelfde instellingen als het echte onderdeel. Voor magneten van 5 mm is dat een kwartier printen en nog geen 2 gram filament. Het gat waar de magneet zonder kracht in valt en niet kantelt, is je maat voor lijmen en inleggen. Het gat ervoor is je klemmaat.
Wijken al je gaten dezelfde kant op af, corrigeer het dan één keer in de slicer in plaats van in elk ontwerp. In Bambu Studio heet die instelling X-Y hole compensation, in Cura Hole Horizontal Expansion.
Persen in PLA: alleen na de teststrip
Een magneet die je in een te krap gat drukt, zet de wand onder spanning. PLA is stijf en bros en scheurt dan langs de lagen, soms pas dagen later als de print is afgekoeld en het materiaal is nagekrompen. Druk een magneet daarom alleen in een gat waarvan je de maat met een teststrip hebt bepaald.
Geef een klemgat minstens drie wanden, bij een nozzle van 0,4 mm zo'n 1,2 mm, en een afschuining van 0,3 mm aan de rand zodat de magneet recht begint. Bij een blind gat helpt een gaatje van 1 mm in de bodem. Zonder dat gaatje duwt de ingesloten lucht de magneet er weer half uit. Of je beter lijmt of drukt, hangt af van je ontwerp; de afweging staat bij magneet lijmen of inbouwen.
Scheef in de uitsparing kost kracht
Een te ruime uitsparing laat de magneet kantelen, een te krappe duwt hem schuin. In beide gevallen staat een deel van het magneetvlak op afstand van zijn tegenstuk, en bij kleine magneten kost elke tiende millimeter afstand veel. Twee schijfjes van 3 × 2 mm op 0,2 mm van elkaar houden nog ongeveer 70 procent van hun kracht. Hoeveel er bij grotere afstanden overblijft, staat in de tabel bij hoe sterk een magneet in een 3D-print moet zijn.
Bronnen
Maatafwijking FDM-printen ±0,2 tot 0,5 mm: RapidDirect, 3D-printtoleranties: hoe nauwkeurig is 3D-printen?
Maattolerantie gesinterd neodymium ±0,1 mm: gangbare fabrikantenspecificatie.
Krachtverlies bij afstand: berekend met het open-source veldmodel Magpylib voor twee gelijke, axiaal gemagnetiseerde schijfjes, afgerond op 5 procent.
Ontluchtingsgat bij een perspassing: 3Druck.com, Magneten inbouwen in 3D-prints: methoden en risico's.
Verder met magneten in 3D-prints
Magneten inbouwen tijdens het printen
Pauzeren, de magneet inleggen en verder printen zonder dat de nozzle hem raakt.
Lees verder →Lijmen of inbouwen?
Welke lijm op vernikkeld neodymium hecht, en wanneer je beter perst.
Lees verder →Hoe sterk moet de magneet zijn?
Wat een laagje kunststof aan kracht kost, met een tabel per maat.
Lees verder →Testset kleine magneetjes
100 magneetjes in zes maten van 1 × 1 tot 4 × 2 mm, om je teststrip mee te vullen.
Bekijk de testset →Het verschil tussen de diameter van de uitsparing en die van de magneet. Bij 3D-prints teken je die speling er bewust bij, omdat een geprint gat kleiner uitvalt dan getekend.
Perspassing
Een magneet die zonder lijm in een uitsparing klemt die even groot of net kleiner is dan de magneet. Werkt alleen als de maat met een testprint is bepaald.
Dit artikel hoort bij het cluster Magneten in 3D-prints binnen de categorie Maken, bouwen & 3D-print.
Hans Huizenga
Oprichter van specialistische webshop MagneetjesWinkel.nl met fysieke winkel in Ede.
Laatst bijgewerkt: 22 oktober 2026