Magneet voor een schuifdeur kiezen en inbouwen
Kort antwoord:
Bij een schuifdeur zit de magneet in de kopse kant, waar de deur tot stilstand komt tegen de post. Je bouwt daar een verzonken potmagneet in en zet een stalen tegenstuk recht ertegenover in de tegenoverliggende post. Voor een licht kastschuifdeurtje is 0,5 tot 1 kg houdkracht per punt genoeg; voor een binnendeur op spoor reken je op enkele kilo's.
Waarom:
De deur komt recht tot stilstand tegen de post, dus je belast de magneet op trek en niet op schuifkracht. Daardoor mag je dichter bij de opgegeven trekwaarde rekenen dan bij een scharnierende deur. Belangrijker dan het maximale getal zijn de luchtspleet tussen magneet en tegenstuk en een nette uitlijning, zodat beide vlak op elkaar komen als de deur dicht is.
Een schuifdeur die tegen de post klapt, terugrolt of net niet op zijn plek blijft, los je netjes op met een magneet in de kopse kant. Op deze pagina lees je waar de magneet precies zit, welk type je kiest, hoeveel houdkracht je nodig hebt en waar het in de praktijk misgaat. Gaat het om een scharnierend kastdeurtje dat niet dichtblijft, dan is kastdeur magnetisch sluiten de juiste pagina — daar werkt de kracht namelijk anders.
Waar de magneet zit bij een schuifdeur
Een schuifdeur beweegt zijwaarts langs een rail of spoor en komt tot stilstand aan de kopse kant, tegen de deurpost of een aanslag. Precies daar plaats je de magneet: in de kopse kant van de post of in de post die die kant raakt. Het tegenstuk komt recht ertegenover. Als de deur dicht is, staan magneet en tegenstuk vlak tegen elkaar; bij het openen trek je ze recht uit elkaar.
Die kracht is dus trek, haaks op het vlak — geen schuifkracht. Dat is het belangrijkste verschil met een deur die langs de magneet beweegt. Een magneet trekt aan maar duwt niet, dus je hebt altijd een magnetiseerbaar tegenstuk nodig aan de andere kant. Meestal is dat een stalen plaatje; twee magneten tegenover elkaar kan ook, maar is zelden nodig en duurder.
Waarom een schuifdeur anders werkt dan een scharnierende deur
Het verschil met een gewone kastdeur zit in de richting waarin de deur de magneet belast. Een scharnierende deur draait weg en beweegt langs de magneet: die belast je op schuifkracht, en die is voor een kale magneet maar 15 tot 20 procent van de opgegeven trekwaarde. Een schuifdeur komt juist recht tot stilstand tegen de post. Het contactvlak staat haaks op de bewegingsrichting, dus je trekt de deur bij het openen recht van het tegenstuk af. Dat is zuivere trek.
Praktisch betekent dat twee dingen. Je mag bij een schuifdeur dichter bij de opgegeven trekwaarde rekenen dan bij een kastdeur — houd wel marge aan. En je hoeft niet te zoeken naar uitvoeringen die schuifkracht opvangen; een verzonken potmagneet die vlak tegen het tegenstuk komt, doet precies wat nodig is.
Welke magneet kies je, en aan welke kant?
De standaardoplossing is een verzonken potmagneet. De stalen behuizing bundelt het magneetveld naar één kant, zodat je bij hetzelfde formaat flink meer houdkracht haalt dan met een kale schijfmagneet, en de meeste potmagneten hebben al een schroefgat.
Belangrijker dan het type is de kant waar je de magneet plaatst. Zet de magneet in de deurpost en het stalen tegenstuk in de kopse kant van de deur — niet andersom. De magneet heeft een uitsparing nodig; die frees of boor je liever in de massieve, robuuste post dan in het deurblad. Het tegenstuk is maar een plat plaatje dat je vlak oplijmt of licht verzonken zet, zonder dat je het deurblad verzwakt. Voor de houdkracht maakt de volgorde niets uit: de trekverbinding is symmetrisch, dus je stuurt puur op waar je veilig materiaal mag weghalen.
Dat geldt extra bij een deur met glasvlakken, zoals een paneeldeur of glas-in-lood. De kopse kant is daar gewoon het houten stijlwerk, dus verzonken monteren kan prima — maar je wilt zo min mogelijk trilling en schok op het glas en de loodverbindingen brengen. Door de magneet in de post te zetten en aan de lage kant van de houdkracht te kiezen, klikt de deur zacht in plaats van dat hij met een ruk wordt aangetrokken.
Kun je niet frezen of boren — weinig diepte, een dun deurblad, of je wilt het deurblad niet aantasten — dan lijm je een platte zelfklevende magneet vlak op de kopse kant of op de post. Houd er rekening mee dat de kleeflaag bij herhaalde belasting de zwakste schakel is en zelf een klein beetje luchtspleet toevoegt. Voor lichte kastschuifdeurtjes werkt dit prima; voor zwaardere deuren is inbouwen betrouwbaarder.
Alleen bij een schuifwand met een lange, doorlopende sluitrand kan een magneetband de kracht gelijkmatig verdelen. Voor de meeste schuifdeuren volstaat één ingebouwd punt in de kopse kant.
Hoeveel houdkracht heb je nodig?
Hier gaat het vaak mis: mensen kiezen veel te sterk. Het gewicht van de deur hangt aan het rolsysteem of het spoor, niet aan de magneet. De magneet houdt de deur alleen tegen heropenen — tegen tocht, een licht aflopend spoor of een onbedoelde duw. Een te sterke magneet maakt de deur juist moeilijk open te schuiven en beschadigt op den duur het tegenstuk of de lak.
Licht kastschuifdeurtje (tot ongeveer 3 kg): 0,5 tot 1 kg houdkracht per punt is ruim voldoende.
Binnendeur op spoor: enkele kilo's, zeg 3 tot 6 kg, houdt de deur betrouwbaar op zijn plek.
Zware schuur- of loftdeur: 6 tot 15 kg, eventueel verdeeld over twee punten voor een gelijkmatige sluiting.
Je hoeft het gewicht van de deur niet te kennen — en dat is maar goed ook, want van een deur die er al hangt weet vrijwel niemand dat. Bij een schuifdeur rust het gewicht op de rollen en het spoor, niet op de magneet. Een zwaardere deur op een niet perfect waterpas spoor rolt wel iets makkelijker terug; kies in dat geval aan de bovenkant van de richtwaarde. Verder stuur je op het type deur, niet op kilo's.
Omdat je bij deze kopse montage op trek belast, mag je dichter bij de opgegeven trekwaarde rekenen — houd wel een marge van twee tot drie keer aan voor tocht en gebruik. Dat is het grote verschil met een scharnierende deur die langs de magneet beweegt: daar werk je op schuifkracht, en die is voor een kale magneet maar 15 tot 20 procent van de opgegeven trekwaarde. Voor dat geval, zie kastdeur magnetisch sluiten.
Zit er glas in de deur — een paneeldeur of glas-in-lood — kies dan bewust aan de lage kant van de houdkracht en zorg voor een zachte aanslag. Een magneet die te hard aantrekt geeft bij elk sluiten een tik door op het glas en de loodverbindingen; op termijn tast dat het paneel aan. Een deur die soepel inklikt is hier beter dan een deur die met kracht wordt vastgetrokken.
Wanneer een magneet niet de juiste oplossing is
Loopt de deur stroef, hangt hij scheef of is het rolsysteem versleten, dan lost een magneet dat niet op. Herstel dan eerst het loopwerk; een magneet dwingt een klemmende deur niet soepel en verhelpt het onderliggende probleem niet. Klappert de deur juist alleen door tocht maar loopt hij verder prima, dan is een magneet in de kopse kant een prima en geruisloze oplossing.
Sterke neodymium magneten vanaf ongeveer 5 kg houdkracht kunnen bij het monteren je vingers beknellen doordat ze het tegenstuk met kracht aantrekken. Houd voldoende afstand en werk bij grotere magneten met handschoenen. Houd losse sterke magneten uit de buurt van kinderen.
Goed om te weten
Een stalen tegenstuk is gewoon staal en niet roestvast. In een vochtige ruimte of buiten gaat het op den duur roesten, tenzij je het volledig in de lijm inbedt of overschildert. Voor een schuurdeur of tuinpoort kies je een beschermde of geschroefde uitvoering; standaard nikkelcoating houdt langdurige blootstelling aan vocht niet.
Zit de schuifdeur in een camper of caravan, houd er dan rekening mee dat trillingen tijdens het rijden een lichte magneetsluiting los kunnen schudden. Voor onderweg is een sterkere oplossing of een mechanische vergrendeling betrouwbaarder dan een lichte magneet die op stilstand is berekend.
Dit artikel hoort bij het onderwerp Praktische toepassing & bevestiging en het assortiment potmagneten.
Laatst bijgewerkt: augustus 2026
Veel gestelde vragen
Voor lichte kastschuifdeurtjes wel: lijm een zelfklevende magneet vlak op de kopse kant of de post, met een stalen tegenstuk recht ertegenover. Ontvet het oppervlak eerst en laat de kleeflaag minimaal 24 uur uitharden. Voor zwaardere deuren op spoor is een verzonken potmagneet betrouwbaarder, omdat de kleeflaag bij herhaald openen de zwakste schakel is.
Voor een licht kastschuifdeurtje tot ongeveer 3 kg is 0,5 tot 1 kg houdkracht per punt genoeg. Voor een binnendeur op spoor reken je op 3 tot 6 kg, voor een zware schuur- of loftdeur 6 tot 15 kg. Kies niet de sterkst mogelijke magneet: te sterk maakt de deur moeilijk open te trekken en beschadigt op den duur het tegenstuk of de lak.
Aluminium is niet-magnetisch, dus je hebt altijd een stalen tegenstuk nodig op de plek waar de magneet grijpt. Staal in de post trekt zelf aan; test dat vooraf met een klein magneetje. De meeste rvs-soorten zijn eveneens niet of nauwelijks magnetisch.
Omdat een schuifdeur recht tegen de post tot stilstand komt, belast je de magneet op trek en niet op schuifkracht. Je zit daardoor dichter bij de opgegeven trekwaarde. Bij een scharnierende deur die langs de magneet beweegt, geldt juist de lagere schuifkracht van 15 tot 20 procent.
Meestal ligt het aan uitlijning of luchtspleet: staan magneet en tegenstuk een paar millimeter naast elkaar, of zit er lak, fineer of vuil tussen, dan verlies je direct een groot deel van de kracht. Loopt de deur stroef of is het rolsysteem versleten, herstel dan eerst het loopwerk — een magneet lost een mechanisch probleem niet op.