Magneet met schroefdraad op een statief: waarom 1/4" niet op M6 past
Kort antwoord:
Statieven gebruiken inch-draad (1/4"-20 of 3/8"-16 UNC), magneten metrische draad (M4 tot M8). Ze lijken op elkaar maar zijn niet uitwisselbaar: 1/4" is 6,35 mm met 1,27 mm spoed, M6 is 6,0 mm met 1,0 mm spoed.
Waarom:
Beide systemen hebben een draadhoek van 60°, dus een schroef begint gewoon te pakken. Na een slag of twee loopt hij vast op de afwijkende spoed, en dan is de draad al beschadigd.
Een magneet met draadgat lijkt de eenvoudigste manier om een camera, lamp of monitor aan een stalen constructie te hangen. In de praktijk loop je vast op een verschil van een paar tienden millimeter tussen twee normen die naast elkaar bestaan.
Hieronder staan de maten naast elkaar, plus het punt dat bij dit soort montage vaker misgaat dan de schroefdraad.
De maten naast elkaar
| Draad | Diameter | Spoed | Waar je hem tegenkomt |
|---|---|---|---|
| 1/4"-20 UNC | 6,35 mm | 1,27 mm | camera's, statiefkoppen, snelkoppelplaten |
| M6 | 6,0 mm | 1,0 mm | magneten, technische bevestiging |
| 3/8"-16 UNC | 9,52 mm | 1,59 mm | statiefpoten, zwaardere koppen, lampstatieven |
| M8 | 8,0 mm | 1,25 mm | grotere potmagneten |
Het verschil tussen 1/4" en M6 is 0,35 mm in diameter en 0,27 mm in spoed. Klein genoeg om te beginnen, groot genoeg om na twee slagen vast te lopen. Forceren beschadigt de draad in de magneet onherstelbaar, en dat is de duurste van de twee.
Statieven hebben twee maten, niet één
Dit wordt vaak gemist. De aansluiting op de camera en op de meeste statiefkoppen is 1/4"-20. De verbinding tussen de statiefpoten en de kop is bij zwaarder materieel 3/8"-16, en dat geldt ook voor de meeste lampstatieven. Beide zijn vastgelegd in ISO 1222. Controleer dus welke van de twee je nodig hebt voordat je een adapter koopt; verloopstukjes van 3/8" naar 1/4" zijn standaard fotomateriaal.
Waarom het toch begint te pakken
Zowel het metrische stelsel als UNC gebruikt een draadprofiel met een hoek van 60°. Daardoor grijpt een 1/4"-schroef in een M6-gat de eerste windingen gewoon aan en voelt het alsof het past.
Vanaf de tweede of derde slag loopt het verschil in spoed op tot meer dan een halve winding, en dan klemt het. Wie doordraait, snijdt een nieuwe draad in het zachtere van de twee materialen. Bij een magneet met messing inzet is dat de inzet; bij een stalen potmagneet meestal de schroef.
Twee oplossingen
Een verloopadapter. Een kort tussenstuk met aan de ene kant metrische en aan de andere kant inch-draad. Gangbaar zijn M6 naar 1/4" en 1/4" naar 3/8". Deze zijn in fotospeciaalzaken en bij bevestigingsleveranciers te krijgen.
Een magneet met doorlopend gat. Hiermee sla je het probleem over: je steekt er een losse 1/4"-bout doorheen en kiest zelf de lengte. Zie magneten met gat. Voor toepassingen waarbij de bout niet mag uitsteken zijn uitvoeringen met verzonken gat handiger; de potmagneten zijn er in beide varianten.
De schroefdraad is meestal niet het echte probleem
Zodra het passend is, komt de vraag of het houdt. En daar gaat het bij statiefmontage vaker mis dan bij de draad.
Een camera of lamp zit niet plat op de magneet maar steekt uit. Dat maakt er een hefboom van: hangt het zwaartepunt 15 cm uit het contactvlak van een magneet van 4 cm, dan werkt het gewicht met een vermenigvuldiging op de rand van de magneet. Een magneet die 30 kg trekkracht opgeeft, laat dan bij een fractie van dat gewicht al los door aan één kant op te lichten. Zie hefboomwerking bij magneten.
Daar komt de belastingsrichting bij. Zit de magneet op een verticale balk, dan telt niet de trekkracht maar de schuifkracht, en die is bij een kale magneet op glad staal maar 15 tot 25% van de opgave. Een rubbergecoate uitvoering houdt daar ongeveer twee keer zoveel vast en spaart bovendien de lak van de constructie.
Hang nooit alleen aan de magneet wat je niet wilt laten vallen
Bij een camera, lamp of monitor boven werkhoogte hoort een borgkoordje of veiligheidsdraad naar een vast punt. Dat geldt ongeacht hoeveel marge de magneet op papier heeft, want de marge beweegt mee met temperatuur, vuil en trillingen. Bij een magneet die uitsteekt en dus als hefboom belast wordt, is loslaten bovendien plotseling in plaats van geleidelijk. Zie wanneer magneten geen goede oplossing zijn.
Zo pak je het aan
Bepaal eerst welke statiefmaat je nodig hebt, 1/4" of 3/8". Kies daarna een magneet met doorlopend gat als je de bout zelf wilt uitzoeken, of een metrisch draadgat plus adapter als je een vaste opbouw wilt. Reken de houdkracht niet op het gewicht maar op de hefboom: hoe verder het zwaartepunt uitsteekt, hoe meer marge je nodig hebt. Kies bij verticale montage een rubbergecoate uitvoering en voeg een borging toe zodra er iets van waarde aan hangt. Hulp bij het bepalen van de sterkte staat in hoe sterk moet een magneet zijn.
Verder over montage en belasting
Hefboomwerking bij magneten
Waarom een uitstekend gewicht veel zwaarder telt dan het weegt.
Lees verder →Schuifkracht van een magneet
Waarom een magneet op een verticale balk toch wegzakt.
Lees verder →Hoe sterk moet een magneet zijn?
Van toepassing naar de houdkracht die je werkelijk nodig hebt.
Lees verder →Potmagneten
Magneten met draadgat, doorlopend gat of verzonken gat.
Bekijk assortiment →De standaard statiefdraad voor camera's: 6,35 mm diameter met 20 windingen per inch, oftewel 1,27 mm spoed. Vastgelegd in ISO 1222.
3/8"-16 UNC
De grovere statiefdraad voor zwaarder materieel en de verbinding tussen statiefpoten en kop: 9,52 mm met 1,59 mm spoed.
Spoed
De afstand tussen twee opeenvolgende windingen. Verschil in spoed maakt twee schroefdraden onverenigbaar, ook als de diameter vrijwel gelijk is.
Dit artikel hoort bij het cluster Houdkracht & prestaties binnen de categorie Praktische toepassing & bevestiging.
Technisch team MagneetjesWinkel.nl
De informatie op deze pagina is zorgvuldig samengesteld door het technisch team van MagneetjesWinkel.nl. Zo ben je verzekerd van betrouwbare en actuele informatie over magneten en hun toepassingen.
Laatst bijgewerkt: 6 augustus 2026